Webmagazine
Master Journalistiek VUB
2014-2015

EXPO: (im)Possible Road werpt unieke blik op de toekomst

(im)Possible Road tart de verbeelding van bezoekers op verschillende locaties in Gent en daagt hen uit na te denken over het (on)mogelijke.

Eerste geslaagde penistransplantatie geen revolutionaire gebeurtenis

Ethici en urologen hebben bedenkingen bij de eerste 'geslaagde' penistransplantatie.

Column: Auto met een strikje rond

‘Gestolen voertuig?’ Deze twee woorden waren genoeg. Ze deden de grond wegzakken onder mijn voeten. Voelden als een klap in mijn gezicht en een stomp in mijn maag, en dat allemaal tegelijk.

Regenbogen domineren de voetbalvelden

‘Studies hebben uitgewezen dat er in het voetbal nog steeds een taboe heerst over homoseksualiteit.’ Maar is het wel belangrijk dat de allerjongsten dit taboe al proberen te doorbreken?

Eengemaakte digitale markt binnen Europa stap dichterbij

De Europese Commissie maakte er bij haar aantreden een prioriteit van om nog binnen deze ambtstermijn een eengemaakte digitale markt te realiseren. Vorige woensdag maakte ze bekend welke terreinen ze wil aanpakken, in de aanloop naar verdere besprekingen in mei.

'De sp.a heeft te lang het centrum willen behagen.'

'De verkiezingscampagne domineert nu al anderhalve maand de media. Het is stilaan wel geweest.' Een gesprek met John Crombez over de (on)zekerheid van zijn kandidatuur, de angst van de samenleving, en de authenticiteit van zijn partij.

Breaking News

vrijdag 27 maart 2015

Eéngemaakte digitale markt binnen Europa stap dichterbij



Hoge roamingtarieven, youtube-filmpjes die niet afspelen want ‘deze inhoud is in uw land niet beschikbaar’ en extra kosten bij online bestelde pakketjes met levering vanuit het buitenland. Het wordt stilaan duidelijk voor de Europeaan: op digitaal vlak is er van een eengemaakte markt geen sprake.

De Europese Commissie maakte er bij haar aantreden een prioriteit van om nog binnen deze ambtstermijn een eengemaakte digitale markt te realiseren. Vorige woensdag maakte ze bekend welke terreinen ze wil aanpakken, in de aanloop naar verdere besprekingen in mei.

Youtube-filmpjes en auteursrechten
Je netflix-account werkt niet als je in Italië op vakantie bent, je kindle die je via amazon.com bestelde, biedt geen Belgisch nieuws aan en je krijgt vaak de foutmelding ‘deze inhoud is niet beschikbaar in uw land’ op je scherm? Geo-blocking, het blokkeren van digitale inhoud over landsgrenzen heen, is het eerste punt dat de Europese Commissie wil aanpakken op weg naar een ééngemaakte digitale markt. 

Omdat de 28 landen van de Europese Unie allen andere regels hanteren inzake auteurs- en distributierechten, blokkeren ze bepaalde inhoud voor en van elkaar. Dat wordt voor elkaar gespeeld door bepaalde delen van IP-adressen te herkennen en zodoende toegang te weigeren. Veel gebruikers weten het probleem al te omzeilen door het gebruik van applicaties die een deel van het IP-adres veranderen, zodat de blokkering opgeheven wordt. Ook met digicorders wordt er gesjoemeld. Maar de grens met internetpiraterij is dun en volgens Andrus Ansip, de Europese vicevoorzitter voor de digitale eengemaakte markt, is het niet meer van deze tijd dat landen en bedrijven hun inhoud zo voor elkaar verborgen houden. 

Toch komt er tegenover dit in eerste opzicht nobel doel bezwaar. De SAA (Society for Audiovisual Authors), een lobbygroep die de belangen van auteurs van audiovisuele werken zegt te behartigen, formuleerde dat kleine auteurs de dupe zullen worden van een eengemaakt Europees beleid en het voordeel vooral naar grote Amerikaanse mediabedrijven zal uitvallen. Volgens hen moet Europa meer bijdragen tot de bescherming van auteursrechten. Ansip heeft het herbekijken van de auteursrechten in de EU-landen wel in zijn plan opgenomen. Ook is er angst dat consumenten in kleinere en armere landen meer zullen moeten betalen voor inhoud, omdat voor hen de prijzen zullen stijgen als de markt eengemaakt wordt. Dat melden bronnen binnen de Europese Commissie.

Buitenlandse leveringen en belastingen
Een derde terrein dat Ansip wil aanboren naast geo-blocking en auteursrechten, is dat van de e-commerce. Eerder maakte de EU al bekend dat maar 15 % van de Europeanen online leveringen durft te ontvangen over landsgrenzen heen, vanwege de extra hoge kosten. Soms overstijgen de aangerekende kosten zelfs de aankoopprijs van het product. Om de online handel een duwtje in de rug te geven, wil de commissie de regels in de afzonderlijke landen harmoniseren en pakketlevering efficiënter en betaalbaarder maken.

De verschillende belastingstarieven binnen de EU maken het vooral kleinere bedrijven moeilijk om grensoverschrijdende activiteiten te ontplooiien. Een vereenvoudiging dringt zich dus op en dit is het vierde terrein waar Ansip op korte termijn werk van wil maken.

Digitale samenleving
Op de lange termijn denkt de commissie met een eengemaakte digitale markt 340 miljard euro extra groei te realiseren en honderdduizenden jobs te creëeren. Europa moet een digitale samenleving worden en is de boot aan het missen, volgens Günther Oettinger, commissaris voor digitale economie en maatschappij: ‘Er is voor Europa bij de digitale revolutie geen voortrekkersrol weggelegd als we in alle 28 lidstaten verschillende regels hebben op het gebied van telecommunicatiediensten, auteursrechten, beveiliging van IT en gegevensbescherming. We hebben een Europese markt nodig waarop nieuwe zakelijke modellen kunnen gedijen, beginnende bedrijven kunnen groeien en het bedrijfsleven kan profiteren van het internet van de dingen.’ 

Dat het plan nog veel voeten in de grond heeft, beseft ook Ansip: ‘“Een eengemaakte digitale markt bouwen, is een moeilijke strijd. Maar we moeten ambitieus zijn zodat Europeanen fundamentele digitale vrijheden kunnen genieten.’” Het is nu wachten tot na de lobbyronde en de verdere besprekingen in mei om te zien wat Ansip ook werkelijk uit de brand heeft kunnen slepen.

‘De sp.a heeft te lang het centrum willen behagen.’

De drie grote vraagstukken van John Crombez


‘Wilt u een lijstje?’ John Crombez bekritiseert de premisse dat zijn intentieverklaring zo sterk lijkt op die van opponent Bruno Tobback . ‘Onze partij barst van het talent en ik ben bereid om hun de kans geven in de vuurlinie te vechten. Ten tweede durf ik thema’ s op tafel leggen die moeilijk bespreekbaar zijn binnen de partij, zoals de arbeidsorganisatie.’ Bruno Tobback, de huidige voorzitter en kopstuk John Crombez strijden om het voorzitterschap van de sp.a, een partij die al jaren langzaam kopje onder gaat. Maar Crombez is ervan overtuigd dat hij het tij kan doen keren. 

Het laatste van de afgekoelde koffie dobbert in het witte kopje. Af en toe passeert er iemand in de gangen van de Vlaamse fractie van de sp.a om vervolgens in een van de vele kantoren te verdwijnen.  Haastig beent een vrouw met luide stappen naar de wachtruimte. ‘Hij zal wat later zijn. De vergadering loopt namelijk uit.’ John Crombez is een drukbezet man. Momenteel is hij fractieleider in het Vlaams Parlement voor de sp.a, maar nu waagt hij zijn kans voor het voorzitterschap van de partij. Na twintig minuten kan het interview eindelijk beginnen. Met een dosis zelfzekerheid neemt hij de drie essentiële vraagstukken onder de loep waar hij vandaag zijn hoofd over breekt. ‘De verkiezingscampagne domineert nu al anderhalve maand de media. Het is stilaan wel geweest.’ Een gesprek over de (on)zekerheid van zijn kandidatuur, de angst van de samenleving, en de authenticiteit van zijn partij.

Vraagstuk 1: Waar liep het mis met de sp.a?
‘We zijn onze geloofwaardigheid kwijtgeraakt.’ Crombez kijkt terug in de tijd. Als de kleine man in de straat te kampen had met onrechtvaardigheid, kon hij altijd bij de socialistische partij terecht. Volgens Crombez geldt dat niet meer. ‘Normaal is sp.a de evidente partij die een dam vormt tegen de macht van het groot kapitaal. Maar uit angst om kiezers te verliezen, zijn we op de rem gaan staan.’

25 mei 2014. De federale verkiezingsuitslagen sijpelen langzaam binnen. Terwijl de rechtse N-VA een overwinning van jewelste boekt, ziet de linkse partij sp.a enkel tegenvallende cijfers de revue passeren. Een lot dat ze sinds haar laatste electorale overwinning in 2003 almaar ondergaat. Toch wanhopen de socialisten niet. De sp.a heeft altijd een sterke stem gehad aan de onderhandelingstafel. Keer op keer slaagde de partij erin om een plaats in de regering te bemachtigen. 

Tot nu. Zowel op federaal als op Vlaams niveau worden de socialisten naar de banken van de oppositie verbannen. De partij heeft haar dieptepunt bereikt en ze beseft dat ze, meer dan ooit, toe is aan vernieuwing. ‘Jaren aan een stuk bekommerden we ons over de manier waarop we onze overtuigingen zouden verwoorden.’ Zo kwam de sp.a in 2009 al op de proppen met het voorstel rond een vermogenswinstbelasting. Toch liet de partij dat idee snel varen. ‘We wilden het centrum behagen, waardoor we aan onze standpunten hebben zitten vijlen. Te lang hebben we mee gediscussieerd op het terrein van rechts.’

Na de verkiezingsnederlaag vraagt iedereen zich af welke stap de sp.a en meer bepaald de zetelende voorzitter Bruno Tobback zal zetten. ‘Dat hij meteen zou aftreden, vond niemand een goed idee. Waar het wel om draaide was de herbevestiging van de partij, kijken waar we juist naartoe willen.’

'Wij declameren
geen inhoudloze
boodschappen
zoals de Open Vld
en de N-VA.'
‘Socialisme is de voordurende strijd tegen onrecht. Daar heeft de sp.a de laatste jaren te weinig op ingezet.’ Wie Crombez volgt op Twitter, ziet dat hij veel de straat op gaat. ‘Deze vorm van campagnevoering is niet de beste, maar wel de meest noodzakelijke. Als we dat niet doen, komen we er niet. Wij zijn niet de Open Vld of de N-VA, die volstaan met nu en dan eens een inhoudloze boodschap te declameren via de grote kanalen.’ Hij wil de vernieuwde kerngedachte persoonlijk aan de man brengen. ‘De mensen moeten voelen dat we echt zijn. We moeten hen opnieuw benaderen met een boodschap die zich distantieert van de neoliberale adem.’

Toch hekelt Crombez het feit dat de voorzittersverkiezingen zo lang op zich lieten wachten. ‘Tobback zei altijd dat enkel de leden beslissen wie voorzitter is en dat is zeer waar. Maar waarom dat dan zo lang uitstellen? We bleven in een soort vagevuur zitten, waardoor de kracht van de partij afnam.’

Vraagstuk 2: Zal u de verkiezingen winnen?
‘Dat kan ik zeer moeilijk zeggen en dat meen ik.’ Crombez blijft bescheiden en schat zijn kansen 50-50. ‘In deze verkiezing ben ik de uitdager. Bovendien heeft mijn tegenstander een naam die veel bekender is dan de mijne.’ In februari 2015 is het eindelijk zover. John Crombez en Bruno Tobback trekken ten strijde met als inzet het voorzitterschap van de partij. Zoals dat gaat bij verkiezingen, heeft Crombez voor- en tegenstanders.

‘Ze hebben me al veel dingen genoemd, maar altijd iets anders. Dat hangt af van de omstandigheden zeker?’ Als student verdiept Crombez zich in de economische wetenschappen. Tegelijkertijd woont hij politieke debatten en congressen bij. Als de sp.a op zoek is naar een specialist in financiële markten, valt Crombez op met zijn thesis over fraudebestrijding. Het bezorgt hem de job van kabinetschef voor Begroting. ‘Op dat moment noemden journalisten me in de media een technicus. Even later kwam ik in het Vlaams Parlement terecht en stond ik in voor Jeugdzorg. Dan was ik plots de gevoelige jongen.‘ In de regering- Di Rupo werd Crombez Staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale en fiscale fraude. Opnieuw veranderden de media hun geweer van schouder en ditmaal schilderden ze Crombez af als een harde, meedogenloze politicus.

De verkiezingscampagne is nu al enkele maanden bezig en de media-aandacht is overweldigend. Ook deze keer hebben critici een adjectief voor Crombez klaarliggen. Crombez is braaf, te braaf. Tijdens debatten komt hij stroef over en het duurt een eeuwigheid alvorens hij tot de kern van zijn zaak komt. ‘Het kan me bijzonder weinig schelen als mensen schrijven dat ik braaf ben. Ik heb al een aantal verwezenlijkingen op mijn conto en ik weet dat ze een verbetering zijn op het voorgaande.’

‘De leden weten wat mijn sterktes zijn. Ten eerste kennen ze me van mijn voorzitterschap in West-Vlaanderen. Daar staan de afdelingen nu sterker. Ten tweede heb ik me als Staatssecretaris voor Fraudebestrijding kunnen bewijzen.’ Bij de vraag of hij over eigenschappen beschikt waar de leden niet van afweten, aarzelt hij. ‘Kan iemand dat voor zichzelf uitmaken?’ Na enkele seconden van stilte durft Crombez te antwoorden. ‘Ik blijf in de eerste plaats altijd bijzonder rustig. Luisteren vind ik belangrijk, dus probeer ik steeds geduldig te zijn. Twee, ik kan gemakkelijk mensen met elkaar verbinden. Ten derde beschik ik over een aanzienlijke portie lef. Ik ga door met mijn overtuigingen, ook al krijg ik de wind van voren.’

Of John Crombez ook zijn eigen zwaktes kent? ‘Mijn fysiek. Ik zou wat meer mogen sporten.’ Toch is hij niet bewust bezig met zijn imago. ‘Ik lijk heel hard op mijn grootvader. Hoe ik eruitzie is dus eerder erfelijk bepaald. En als de mensen zien dat je het echt goed meent, appreciëren ze dat. Hoe je er ook bijloopt.’

Vraagstuk 3: Wat zijn de grote problemen in de huidige samenleving waar de sp.a aandacht aan moet besteden?

'De sp.a heeft
discriminatie
te lang getolereerd.'

Het Westen werd in 2001 geconfronteerd met de terroristische aanslagen op de World Trade Centertorens in de Verenigde Staten. Nog niet geheel hersteld, kreeg het in 2008 te maken met een financiële bankencrisis. Twee kantelmomenten die de eenentwintigste eeuw bepaalden. ‘Met de onrechtvaardigheid van de omgekeerde economische herverdeling zijn we sterk bezig, maar het discriminatieprobleem hebben we te lang getolereerd. Dat zegt iets over de werking van onze partij.’

Volgens Crombez heeft de sp.a discriminatie en racisme onophoudelijk als een fundamenteel probleem beschouwd. Toch zou de partij er te weinig op zijn ingegaan. ‘De socialisten hebben altijd geijverd voor sensibiliseren en eerlijke inburgeringprogramma’s, maar we gingen niet snel genoeg vooruit. Discriminatie is een hard issue. Toch hebben we het te lang als een soft issue gepresenteerd.’

De sp.a werd voor haar lakse houding ten opzichte van haar kernwaarden electoraal afgestraft en naar de oppositie gestuurd. Het is maar de vraag of de partijleden hier rouwig om moeten zijn. De federale, maar vooral rechtse regering lijkt sinds haar werking niets anders te doen dan kritiek te slikken. Toch blijft Crombez voorzichtig. ‘De kritiek is geen gemakkelijk geschenk. Hoewel de progressieve partijen in de peilingen vooruit gaan, gebeurt dat zeer traag. De onvrede van de bevolking vertaalt zich niet snel in haar stemgedrag.’

Over de mogelijke oorzaak daarvan moet Crombez niet lang nadenken. ‘Het heeft alles te maken met de kantelmomenten waarover we het net hadden. Sindsdien heersen in onze samenleving twee vormen van angst. De burgers zijn vandaag heel onzeker over zaken die vroeger evident waren, met name hun veiligheid en hun spaargeld. Bart De Wever hamert vooral op het gevoel van onveiligheid. Hij blijft groepen van elkaar onderscheiden en tegen elkaar opzetten. Dat verklaarde het grote succes van de N-VA op 25 mei. Wij, als socialisten willen aantonen dat je met de gehele maatschappij moet reageren op onrechtvaardigheid in plaats van verdeeldheid te scheppen.’

Onze samenleving kampt ook met andere problemen. Zo hebben de meisjes van K3 net aangekondigd dat ze ermee ophouden. ‘Een ramp is het, maar eigenlijk stoppen ze net op tijd. Waren ze hier twee jaar geleden mee afgekomen, dan had mijn zevenjarig dochtertje er niet mee omgekund. Nu kan ze er al mee leven.’


@freyadecoster 

Seks voor bejaarden is schot in de roos



De organisatie Aditi vzw biedt 65-plussers seksuele diensten aan. En dat blijkt een groot succes. ‘600 aanvragen op een jaar. Het toont aan dat de nood aan seks bij bejaarden groot is’, zegt voorzitter Miek Scheepers enthousiast.

Aditi vzw is een Belgische organisatie die informatie, vorming en diensten rond seks verleent. Oorspronkelijk focuste de vzw zich uitsluitend op personen met een fysieke of mentale handicap, maar sinds januari 2014 kunnen ook ouderen bij Aditi terecht. ‘Sindsdien zijn de aanvragen in totaal met 50% gestegen’, laat Miek Scheepers weten. Ze verklaart waarom het bestuur die beslissing nam:  ‘We werden overspoeld met aanvragen van ouderen die door een beperking of simpelweg door hun leeftijd moeite hebben om aan hun trekken te komen.’ Aditi besloot om daarom ook bejaarden in hun doelgroep op te nemen.

'De ene wil seks
als in de film,
de andere gewoon
een knuffel'
Volgens Anja, een dienstverlener bij Aditi, is seks enorm belangrijk voor het zelfbeeld. ‘Ouderen worden zich bewust van hun lichaam, wat hun zelfvertrouwen vergroot.’ Maar het draait niet enkel om de daad. ‘Ik heb drie vaste klanten. De ene wil seks zoals in de film, de ander is enkel op zoek naar genegenheid en een knuffel.’

Maar hoe komen de ouderen en mensen met een beperking bij Aditi terecht? Als voorzitter informeert Miek Scheepers verschillende zorgcentra over de werking van Aditi. En dat balanceert op de grens met wat wettelijk mag en niet mag. ‘De wetgeving is heel onduidelijk’, laat Gert Vermeulen, professor crimineel recht aan de Universiteit van Gent weten . ‘Prostitutie is op zich niet strafbaar in België. Er reclame voor maken en klanten ronselen wel.’ Maar hij vindt dat er ruimte moet zijn voor een  vzw als Aditi. Bij advocatenkantoor Elfri De Neve klinkt het anders. `Wat Aditi doet is jammer genoeg illegaal. Het blijft ondanks alles een organisatie van prostitutie.’

Scheepers reageert: ‘We hebben veel onderzoek gedaan naar wat kan en wat niet kan.’ Aditi heeft als vzw geen inkomsten op de dienstverlening en bevindt zich in theorie dus op het niveau van de zorgsector. ‘Maar als ze ons per se op iets willen pakken, zullen ze wel iets vinden.’

donderdag 26 maart 2015

Geen Tinder maar Tora op zaterdagavond

Joods Museum Night Fever

‘Wat moet dat daar?’ Een agent gehuld in blauw uniform, duikt uit het niets op. Een paar tellen later is ook een militair in camouflagepak gearriveerd. ‘Je mag hier geen foto’s maken’, zegt de militair pissig, terwijl zijn volautomatische wapen voor zijn torso bungelt. ‘Nu verwijderen’, blaft de agent. Na de delete-toets te hebben ingedrukt, pakt de agent mijn telefoon om te kijken of alles echt weg is. Een zuinig knikje volgt. Het is 7 maart, Museum Night Fever in Brussel, en de zes mannen die het Joods Museum bewaken zijn not amused.

Een uur eerder vulde een ontspannen sfeer de eerste verdieping van het museum. Patrick beeldt uit hoe het Hebreeuws gelezen moet worden. Van rechts naar links en van achter naar voor. Zijn blonde krullen bewegen woest heen en weer en lachrimpels verschijnen. Door Patricks amusante optreden heeft hij de lachers op zijn hand. Emily (7) staat vooraan. Ze giechelt en drukt ondertussen met haar rechterarm een ijsbeerknuffel stevig tegen zich aan. Het meisje kijkt bedenkelijk als niet de komiek, maar Vicky (23) haar te woord staat. Zij is stagiaire bij Passe Muraille, een organisatie die mensen met een handicap actief in de maatschappij wil betrekken. Vicky knielt en legt uit: ‘Patrick is doof, daarom babbel ik met de bezoekers. Vind je dat goed?’ 

Een etage lager is er geen ruimte voor een lolletje. De rij voor de ingang wordt steeds langer. Iedereen moet door een metaalpoortje en tassen worden uitvoerig gecheckt. Telefoons worden zelfs uit beschermhoesjes gehaald. ‘Gewoon voor de veiligheid’, bromt een bewaker in zwart pak terwijl hij in een tas graait. ‘Aan beveiliging geen gebrek’, zegt Katriene met een grote glimlach tegen de bezoekers, als zij eindelijk bij de garderobe aankomen. Het blonde meisje volgt de lerarenopleiding geschiedenis en is vrijwilliger bij de Museum Night Fever. Ook Yuan (24) werkt als vrijwilliger. De Chinese uitwisselingsstudent moest bij binnenkomst even fronsen. ‘Laatst was ik bij het Joods Historisch Museum in Amsterdam, daar kon ik zo binnenlopen.’ Yuan verstart als ze hoort dat in het Brusselse museum vorig jaar een aanslag was, waarbij vier doden vielen.

Wat hier verteld wordt, is nieuw
Eenmaal binnen kunnen gasten hun ogen uitkijken. Het museum heeft een uitgebreide collectie over de traditionele joodse levenswijze. Bezoekers verplaatsen zich door de smalle kamers, verspreid over drie verdiepingen. Een vrouw komt op adem, zittend op een traptree en met een glas rode wijn in haar hand. De meeste mensen zijn gehaast en kroelen als mieren door de verschillende ruimtes. Waarschijnlijk omdat met het rode polsbandje van de Museum Night Fever om, nog 22 andere musea op hen wachten. 

‘Ik heb nu
wel enigszins
begrip voor dat
strenge beleid.’
Drie meisjes vallen op. Hun blik rust al enkele minuten op dezelfde vitrine. Elnaz (19) en haar vriendinnen verroeren nauwelijks. ‘Onze voorouders komen uit het Midden-Oosten. Mijn ouders uit Iran. Voor dit bezoek dacht ik wel iets over Joden te weten, maar dat valt tegen’, vertelt Elnaz ietwat ongemakkelijk, van haar ene op haar andere voet wippend. ‘Over de Tweede Wereldoorlog hebben we op school geleerd. In de media lezen en zien we over Israël. Maar wat hier verteld wordt is nieuw’, vervolgt ze. Haar vriendin Indy (20) vult aan: ‘Dit is voor ons de enige manier om over joden te leren, Israël mogen we denk ik niet in. Al heb ik nu wel enigszins begrip voor dat strenge beleid.’ Hun volgende stop tijdens de museumnacht? Het derde meisje laat de Tinder-applicatie op haar telefoon even voor wat ze is en antwoordt: ‘Dansen. Het is natuurlijk wel zaterdagavond.’

Het Joods Museum van België (Minimenstraat 21, 1000 Brussel) is dinsdag tot en met zondag te bezoeken tussen 10:00 uur en 17:00 uur.

maandag 23 maart 2015

“Verwijzen naar Kyotonorm is belachelijk”


Sanctorum niet te spreken over houding Vlaamse Regering inzake klimaatdoelstellingen

België is niet goed op weg om de klimaatdoelstellingen van 2020 te behalen. Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum (Groen) geeft de Vlaamse Regering de schuld. Zij heeft volgens hem te veel schrik en duwt daardoor te hard op het rempedaal. Kabinet-Schauvliege gaat daar niet mee akkoord.

Uit een rapport van de Europese Commissie dat begin deze maand uitkwam, blijkt dat België de derde slechtste leerling van Europa is wat betreft de uitstoot van broeikasgassen. Deze uitstoot moet tegen 2020 met 15 procent verminderd worden. Ons land heeft nog 11 procentpunten te gaan. Volgens dat rapport wordt dat moeilijk. “Zeker wanneer de houding van de Vlaamse Regering niet verandert”, meent Sanctorum.

Volgens Sanctorum draagt Vlaanderen de grootste verantwoordelijkheid op het vlak van klimaat, maar neemt het deze verantwoordelijkheid niet op. Hij vindt dat er te veel schrik heerst bij de Vlaamse Regering. Ze durft te weinig, volgens hem. “Er is zeker geen gebrek aan kennis. De maatregelen zijn gekend. Het is eerder een gebrek aan politieke wil en een teveel aan angst. Ze wil de landbouwsector niet veranderen omdat er invloed is van de boerenbond, het mobiliteitsverhaal verduurzamen ligt dan alweer te gevoelig en de renovatie van woningen is te moeilijk in deze tijden van besparingen. Dan blijven we dus staan op dezelfde plaats. Gevoeligheid mag geen punt zijn.”

Door die angst en die denkpatronen worden er te veel verkeerde beslissingen genomen op vlak van uitstoot van broeikasgassen. “De alternatieven moeten aantrekkelijk gemaakt worden. Maar als zowel De Lijn als de NMBS moeten besparen, dan wordt dat al snel geblokkeerd”, verklaart Sanctorum.

Hij wordt bijgestaan door Tomas Wyns, onderzoeker aan het Instituut voor Europese Studies (IES), gespecialiseerd in het Europese en internationale klimaatbeleid. “De overheid is nog steeds bezig met het aanleggen van nieuwe en grotere (snel)wegen én ze bouwt grote winkelinfrastructuren op plaatsen die al zwaar belast zijn met wegverkeer. Dat zijn totaal foute keuzes. Wat moet gebeuren, is een instelling van een duidelijke visie en een duidelijk plan. Maar dat gebeurt niet.”

Meningsverschil
Ook de reactie van Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Energie Joke Schauvliege (CD&V) op dat Europees rapport is volgens Sanctorum een teken dat de overheid op verkeerde denksporen zit. “Schauvliege verwijst naar het feit dat we de Kyotonormen wel behalen om aan te tonen dat we als land toch goed bezig zijn. Maar dat is belachelijk. De eerste periode van het Kyoto-protocol liep van 2008 tot 2012 en toen moesten we onze uitstoot met slechts 7,5% verlagen. Kyoto is klein vergeleken met wat we nu eigenlijk nog moeten doen. Bovendien hebben we toen ook massaal emissierechten aangekocht om deze te behalen. Verwijzen naar die eerste periode van Kyoto is iets te gemakkelijk.”

Kabinet-Schauvliege vindt het allemaal wat overdreven. “De Kyotonorm van 2012 was een streefdoel voor België en Europa in zijn geheel en we hebben ze behaald. Daar mogen we gerust naar verwijzen. Er zijn mensen die vinden, wellicht zoals meneer Sanctorum, dat er veel straffere normen dan de internationaal erkende Kyotonormen moesten en moeten worden toegepast. Maar wij zijn niet van deze mening. Andere normen zijn niet haalbaar, betaalbaar en aanvaardbaar. In een klein land als België kunnen we de burgers niet zomaar enorm strenge maatregelen opleggen. Wij willen een gedragen beleid voeren. Dat wil niet zeggen dat wij slecht bezig zijn.”

Wat nu precies zal gedaan worden om beter te scoren, blijft onduidelijk. Er is nog steeds geen sprake van een akkoord over de verdeling van de klimaatinspanningen tussen het federale niveau en de drie gewesten.

zondag 22 maart 2015

Refaelov bezorgt Club Brugge eerste prijs in acht jaar



Brussel, 22 maart 2015 - Club Brugge heeft gisteravond in een uitverkocht Koning Boudewijnstadion de Cofidis Cup gewonnen. De droomfinale tegen aartsrivaal Anderlecht eindigde op 2-1. De Bruggelingen pakken daarmee hun eerste prijs sinds 2007. 

donderdag 19 maart 2015

Reynders heeft geen spijt van optreden als ‘Zwarte’

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) heeft geen spijt van zijn publieke optreden met een zwart geschminkt gezicht. Dat heeft hij woensdagavond gezegd tijdens een lezing aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).


Reynders nam zaterdag deel aan een optocht van de Brusselse liefdadigheidsvereniging ‘Noirauds‘ (Zwarten) om geld in te zamelen voor kinderen in arme gezinnen. De deelnemers, onder wie Reynders, hadden hun gezicht zwart geverfd.


Woensdag ontstond na een reportage van France 2 ophef over het optreden van Reynders. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch noemde de actie van de zwart geschilderde Reynders ‘schokkend en schandelijk’. France 2-journalist François Beaudonnet beschuldigde de Belgische minister van kolonialisme.

Maar met racisme had zijn optreden niets te maken, zei Reynders woensdagavond in Brussel. ‘De actie is puur folklore, zoals carnaval in Aalst of Malmédy dat ook is’, zei de politicus. ‘De optocht met de Noirauds is een traditie sinds 1876. De actie had bovendien een sociaal doel en was zeer succesvol. We hebben veel geld ingezameld voor de kinderen.’

Hoewel Reynders zei geen spijt te hebben van zijn optreden, zei hij niet te weten of hij volgend jaar weer meedoet. ‘Volgend jaar doe ik misschien iets voor een andere organisatie. Ik kan niet tegen alles ja zeggen.’

vrijdag 13 maart 2015

Hoofdredacteurs vinden minder geld naar VRT noodzaak

Van links naar rechts: Peter Vandermeersch (NRC), Isabel Albers (De Tijd), Ann Peuteman (Knack), Giselle van Cann (NOS Nieuws), Huub Wijfjes (Universiteit van Amsterdam) © Jo Bardoel
Hoofdredacteurs Peter Vandermeersch (NRC Handelsblad) en Isabel Albers (De Tijd) vinden de besparingen bij de openbare omroep onvermijdelijk. In een mediadebat aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) hebben beide hoofdredacteurs op 6 maart de kwaliteit en de efficiëntie van de VRT in vraag gesteld. ‘De besparingen verplichten de VRT te focussen, en dat kan een goede zaak zijn’, zei Albers.

‘De VRT schiet schromelijk tekort qua onderzoeksjournalistiek. Ze zijn een slechte vierde macht in Vlaanderen’, zei Vandermeersch. ‘Onlangs was ik in het parlement. Als ik zie dat de VRT daar met zeven microfoons vertoeft, dan is dat een overbodige luxe. De VRT moet vooral in eigen boezem kijken.’

Ook Isabel Albers stelde zich vragen over de journalistieke werking van de openbare omroep: ‘Er zitten een paar individuele kanjers van journalisten bij de openbare omroep. Maar is er wel overal genoeg focus? Met zo’n redactie moet je toch meer en beter kunnen. Mijn journalistieke hart bloedt soms als ik met zeer goede journalisten van de VRT praat en ik demotivatie hoor.’ 

'Mijn hart bloedt als ik goede,
maar gedemotiveerde VRT-
journalisten hoor praten'
Albers was verder kritisch voor de online nieuwsdienst van de openbare omroep: ‘Deredactie.be werkt met overheidsgeld, biedt alles gratis aan en ziet haar taak zeer ruim. Dat maakt het voor algemene nieuwsmerken heel moeilijk om te concurreren’, stelde de hoofdredacteur. Ze vroeg zich luidop af waarom VRT met publiek geld online alles moet verslaan.

Luc Rademakers, algemeen directeur Informatie van de VRT, relativeert deze kritiek. ‘Er worden te gemakkelijk populistische uitspraken gedaan over hoeveel mensen aan onze programma’s werken. Ik kan ze zelf het best tellen van binnenuit. Het zijn er zeker niet te veel. Geen enkel Vlaams nieuwsmedium heeft een zo belangrijk gediversifieerd aanbod in politieke actualiteit.’ Over het voorstel van Albers om online meer te focussen reageert Rademakers kort: ‘De VRT doet online niet alles, wel wat ze moet doen: relevante en betrouwbare informatie brengen.'

VRT grote afwezige tijdens debat

Het debat aan de VUB werd helaas onthoofd door de afwezigheid van de openbare omroep. ‘We hebben heel veel moeite gedaan om iemand te vinden die wilde, kon of mocht komen’, zegt organisator Martina Temmerman. Het is onvoorstelbaar dat de VRT afwezig blijft in een academisch debat over journalistiek en de openbare omroep.’ In tegenstelling tot de VRT was Giselle van Cann van de Nederlandse publieke omroep, NOS, wel aanwezig op het debat.

Gasthoogleraar Huub Wijfjes is eveneens teleurgesteld over de afwezigheid van de VRT. ‘Ik vind het zwak. Als ze meerdere redenen geven om niet te komen dan weet je dat er meer aan de hand is. Zeer spijtig, want dit is een ideale setting om te discussiëren,’ zegt de mediahistoricus.

'VRT schiet tekort'

Luc Rademakers nuanceert: ‘Ik ben inderdaad karig met publieke optredens, niet eens één per jaar. Voor de VUB had ik een uitzondering gemaakt. Door een agendaprobleem kon ik onmogelijk aanwezig zijn. Een unieke kans die helaas verloren ging.'

‘Uiteindelijk hadden we Griet De Craen, hoofdredacteur radio van het VRT nieuws, maar die moest afzeggen wegens ziekte en niemand kon of mocht haar vervangen’, zegt Temmerman. Rademakers bevestigt dit: ‘Uitspraken of debatten over het beleid van Informatie zijn inderdaad voorbehouden aan mezelf of de CEO.’

De afwezigheid van de Vlaamse openbare omroep is volgens Huub Wijfjes geen echte verrassing. ‘De openbare omroepen liggen constant onder vuur, ook in Nederland. Ze hebben het duidelijk moeilijk om met de samenleving te communiceren. Het publiek verwacht nochtans van de openbare omroep dat ze niet enkel kritische vragen stelt, maar deze ook kan beantwoorden.’

@KlaasMaenhout

zaterdag 7 maart 2015

Honger naar meer - Review House of Cards


netflixseries.net


Een ijzersterk eerste seizoen opvolgen met een teleurstellende tweede reeks, maar dan keihard terugslaan in seizoen drie: het kan. The Wire deed het, Deadwood deed het, Twin Peaks gaat het binnenkort proberen. Nu is het de beurt aan House of Cards, de Netflix-serie over een meedogenloze politicus uit het Capitool en zijn onstilbare machtshonger.

Die meedogenloze politicus heet nog steeds Frank Underwood (Kevin Spacey) en heeft zich in de eerste twee seizoenen een weg naar het presidentschap van de Verenigde Staten geknokt. Geen dankbare positie: niet alleen voor Underwood zelf, die zich plots voortdurend in de mediaspotlights bevindt en zijn geliefkoosde machtsspelletjes niet meer in de coulissen van het politieke toneel kan spelen, maar ook voor de makers van House of Cards, die Underwoods steile klim naar de top hebben afgerond en zo de voornaamste verhaallijn van de serie hebben afgesloten.

Die vloek blijkt echter een zegen: Underwoods ambities waren sowieso al een beetje ondergesneeuwd in een tweede seizoen dat gebukt ging onder te groot opgezette intriges, ongeloofwaardige plottwists en een wirwar aan verhaallijnen – er was iets met een idealistische computerhacker en een paranoïde journalist, maar we zouden in hemelsnaam niet meer kunnen zeggen wát. Door de eerste aflevering van het fel gehypete derde seizoen waait echter een frisse wind. Underwood heeft geknokt voor zijn plaats aan de top, nu moet hij knokken om die plaats te behouden.

Daarvoor gebruikt hij nog altijd dezelfde technieken: manipuleer je medewerkers, onderdruk je concurrenten, zet je tegenstanders tegen elkaar op, gebruik de pers om je vijanden zwart te maken. Alleen liggen de kaarten niet meer zo eenvoudig: als president kan je je immers geen misstappen veroorloven. Underwood moet vanaf nu niet enkel rekening houden met de plannen van zijn tegenstrevers, maar ook met zijn tanende populariteit bij het volk. De president loopt voortdurend op zijn tenen – het is een ander soort spanning dan het achterbakse steekspel uit het eerste seizoen, maar House of Cards heeft wel zijn messcherpe intensiteit teruggevonden.

Minder thriller en meer drama dus, en persoonlijke strubbelingen komen meer op de voorgrond. Het mysterieuze huwelijksverbond tussen Underwood en zijn vrouw Claire (Robin Wright) lijkt eindelijk de uitdieping te krijgen waar we als sinds hoofdstuk één op zaten te wachten. Zo’n tragisch kantje was sinds de dood van Peter Russo in seizoen één broodnodig: House of Cards is een serie waarin elk personage zijn gevoelens inruilt voor geld of macht, maar een persoonlijke of emotionele insteek geeft wel wat ademruimte aan het soms verstikkende cynisme. De politiek kan mensen maken, maar ook kraken: het één houdt het ander in evenwicht, en dat waren de makers in de vorige jaargang even vergeten.

Anderzijds moet je creator Beau Willimon wel een fikse dosis lef nageven. Willimon is niet bang om een gitzwart beeld van de (Amerikaanse) politiek te schetsen, en daar zelden of nooit een streepje kleur aan toe te voegen. In House of Cards loopt werkelijk geen énkel sympathiek personage rond: Underwood is meer misantroop dan volksleider, zijn vrouw maakt van manipuleren een hobby en egoïsme is zowat de enige eigenschap die alle personages met elkaar delen. De sterkte van de serie ligt dan ook grotendeels in de beklijvende prestatie van Kevin Spacey, die erin slaagt medeleven op te wekken voor een scrupuleus personage. “You have to be a little human when you’re president”, mijmert hij, maar onder dat statement voel je de grenzeloze ambitie en onbevredigbare machtsgeilheid van Underwood sudderen. Die tegenstelling tussen schijn en werkelijkheid is nog steeds de grootste kwaliteit van House of Cards.

Natuurlijk heeft ook seizoen drie zijn manco’s. Die hacker loopt nog steeds de andere verhaallijnen voor de voeten, en we vrezen dat de subplot rond het persoonlijke drama van Underwoods voormalige rechterhand Doug Stamper (Michael Kelly) weinig meerwaarde gaat brengen. Maar die tekortkomingen wegen vooralsnog niet op tegen de kwaliteiten.

Frank Underwood is een man die gelooft in wraakacties, en na de zwakke tweede reeks slaat House of Cards net als zijn hoofdpersonage keihard terug in seizoen drie. We zijn inmiddels drie afleveringen ver, en we voelen ons net als de kersverse president: we krijgen waar we op hoopten, maar bovenal hebben we honger naar meer.

@Ewoud51


NRC gaat volgens Vandermeersch niet reorganiseren

NRC Handelsblad (Foto: Inger van der Ree)

NRC Media gaat onder de nieuwe eigenaar Mediahuis niet reorganiseren. Dat heeft hoofdredacteur van NRC Handelsblad Peter Vandermeersch vrijdag gezegd in Brussel. Alle ongeveer 350 arbeidsplaatsen blijven behouden, zei Vandermeersch.

‘De redactie en de ondernemingsraad van NRC hebben bij Mediahuis afgedwongen dat er geen reorganisatie komt’, zei Vandermeersch tijdens een debat aan de Vrije Universiteit Brussel. ‘En als de rendementen op peil blijven, vloeit ook in de toekomst niemand af. We blijven dan met 210 journalisten werken.’

Vandermeersch kwam vrijdagochtend voor het eerst samen met de nieuwe Raad van Commissarissen van NRC Media, dat sinds vorige maand eigendom is van het Vlaamse krantenbedrijf Mediahuis.

Het Belgische bedrijf nam NRC over van investeringsbedrijf Egeria, dat aan de verkoop een flinke winst overhield. De ondernemingsraad van NRC Media eist daarom een stevige bonus voor de werknemers. Maar dat is niet realistisch, zei Vandermeersch vrijdag. ‘Een bonus voor de redactie zou heel mooi zijn. Maar dat is een symbolische en onrealistische eis.’

Voorzitter van de ondernemingsraad Hubert Smeets is het daar niet mee eens. ‘Die uitspraak van Vandermeersch is voorbarig’, zei hij in een reactie. 'We zullen de druk op Egeria te zijner tijd opvoeren. Wat we doen als Egeria weigert? Daar heb ik nog niet over nagedacht. Wij gaan ervan uit dat zij het een realistische, rechtvaardige eis vinden en ons tegemoet komen.’

De overname door Mediahuis betekent ook dat NRC gaat samenwerken met de Vlaamse dagbladen van het krantenbedrijf, zei Vandermeersch in Brussel. ‘We gaan synergieën zoeken in digitale systemen en we gaan samen nieuwe producten voor bijvoorbeeld smartphones in de markt zetten.’

Vorige maand stemde de redactie van NRC in met de overname door Mediahuis. Daarmee was de verkoop rond. Mediahuis geeft in Vlaanderen onder meer dagbladen De Standaard, Het Nieuwsblad en de Gazet van Antwerpen uit. Naast het Belgische bedrijf hebben de Stichting Democratie en Media en de Vereniging Veronica een minderheidsaandeel in NRC Media.

woensdag 4 maart 2015

Kunst kijken met je handen


Jan Annemans voelt aan de lijst van het schilderij De overstroming van Magritte. Foto door Antoine Tas

Blinde kunstliefhebbers kunnen voortaan genieten van de beroemde Belfius-collectie. Door te voelen maken zij tijdens speciale rondleidingen kennis met Belgische topstukken. ‘Wij zien meer details dan mensen die zien.’

Brussel – ‘Dit zijn glasscherven’, zegt Jan Annemans. De blinde man voelt aan een kunstwerk van de hedendaagse Vlaamse artiest Leo Copers van dertig bij dertig centimeter. ‘Inderdaad’, zegt gids Machteld De Schrijver. ‘In de hoek ligt het grootste stuk.’ Annemans voelt. ‘Dat is de hals van een fles! Waren die scherven ooit een geheel?’ ‘Ja’, zegt De Schrijver. ‘Copers heeft een gebroken oranje vaas in een perfect vierkant neergelegd. Hij speelt met gevaar en zet de wereld op zijn kop.’

Blinden en slechtzienden krijgen van Belfius dit jaar voor het eerst gratis rondleidingen door de beroemde kunstverzameling van de bank. Die telt 4500 werken van Vlaamse kunstenaars, van Rubens tot hedendaagse artiesten. Gids De Schrijver van vereniging zonder winstoogmerk Culturama leidt de bezoekers op de elfde en twaalfde verdieping van het bankkantoor in Brussel langs topstukken van schilders Delvaux en Van Rysselberghe. Twee vrouwen dragen een ingeklapte blindenstok en begeleiden hun man.

Met plastic handschoenen aan mogen de visueel gehandicapten de beelden betasten. Naast Het zotte geweld, een beeldhouwwerk van Rik Wouters, valt ook een bronzen beeld van een schildpad en een bal door Jan Vercruysse in de smaak. ‘Fantastisch’, zegt Roger Vandemeerssche. ‘Een schildpad die geen vat krijgt op de wereld, prachtig vormgegeven. En wat een oog voor detail.’

‘Zij nemen plooien en details
waar die ik niet zie’
Halve vrouw
Behalve beelden, waaraan de deelnemers kunnen voelen, gaat de groep ook langs schilderijen. De Schrijver bespreekt uitvoerig de composities, opdat ook blinde toehoorders zich een beeld kunnen vormen. ‘Ik zie niks’, zegt Jan Annemans. ‘Maar door de uitleg van Machteld krijg ik toch een beeld van de kunstwerken.’

‘Dit is een halve vrouw’, zegt De Schrijver over het schilderij De overstroming van Magritte. ‘Hoe een halve’, vraagt Annemans. ‘Alleen haar onderlichaam is zichtbaar’, antwoordt de gids. ‘De bovenste helft is door de lucht aan het gezicht onttrokken, zoals op de achtergrond een stad onder water staat.’

Pissoir
‘Van rondleidingen met blinden leer ik altijd bij over kunst’, zegt De Schrijver. ‘Zij nemen dingen waar die ik niet zie, zoals plooien of details in een beeldhouwwerk. En ze voelen de kou of warmte van de materie. Brons voelt heel anders dan marmer of hout.’

Annemans en Roger Vandemeerssche voelen aan Schildpad
 en wereldbol van Jan Vercruysse. Foto door Antoine Tas 
Blinden en slechtzienden moeten de beelden kunnen aanraken, zegt De Schrijver. ‘Je moet als gids alle zintuigen die ze kunnen gebruiken, aanspreken. Tijdens buitenwandelingen vraag ik slechtzienden of ze kunnen ruiken waar we heen gaan. Ze merken of we richting een pissoir lopen of een chocoladewinkel. Maar hier in het bankgebouw was niet veel te ruiken.’

‘Wij zien met onze vingertoppen’ zegt Vandemeerssche, die sinds een ongeluk in het leger op zijn achttiende slechtziend is. De gepensioneerde Brusselaar is bijzonder te spreken over de rondleiding. ‘Door te voelen vormen wij een eigen gedachte hoe beelden eruitzien. Voor zienden is dat evident, maar blinden en slechtzienden moeten er de tijd voor nemen. Daardoor krijgen wij een beter idee van de details.’

Dit seizoen kunnen blinde of slechtziende bezoekers op 21 maart nog kennis maken met de Belfius-collectie. Behalve de eigen werken is ook moderne kunst van het Gentse museum S.M.A.K. te bewonderen. Ziende kunstliefhebbers zijn ook welkom. Tijdens de herfst en de winter opent Belfius iedere derde zaterdag van de maand zijn kunstcollectie voor het publiek.

@tiesbrock

zaterdag 28 februari 2015

VRT-taalbaas Hendrickx kraakt pr-campagne Gele Boekje

Dagblad De Standaard heeft woordenlijst het Gele Boekje verkeerd aan de man gebracht. Dat heeft taaladviseur van de Vlaamse publieke omroep VRT Ruud Hendrickx dinsdag gezegd. De taalgids brengt taalgebruikers daardoor onnodig in verwarring, aldus Hendrickx.

De Standaard publiceerde vorige maand het Gele Boekje met daarin duizend Belgisch-Nederlandse woorden. Veel Vlaamse termen die voorheen uit den boze waren, kunnen voortaan in de krantenkolommen opduiken. Zo keurt De Standaard de woorden appelsien en microgolf goed, maar ajuin en goesting dan weer niet. De lijst is vooral bedoeld voor de eigen redactie, maar ook gericht aan lezers en andere taalgebruikers.

Maar het Gele Boekje zaait vooral verwarring, zegt VRT-taalbaas Hendrickx. 'Het Gele Boekje deugt grotendeels wel, maar de manier waarop het in de reclamecampagne ‘verkocht’ is niet. Vlamingen die ik spreek denken dat het boekje een officiële lijst is. Zij vragen mij waarom ze nu ineens woorden mogen gebruiken, die voorheen te informeel of niet algemeen waren. Maar daar heeft deze lijst helemaal niets over te zeggen.'

De verwarring ontstaat volgens Hendrickx doordat de auteurs van het Gele Boekje, Ludo Permentier en Rik Schutz, ook voor de Nederlandse Taalunie werken. Die overheidsorganisatie brengt het Groene Boekje uit en bepaalt de officiële spelling van Nederlandse woorden.

'Het Gele Boekje doet qua naam aan het Groene Boekje denken en is gemaakt in samenwerking met de Nederlandse Taalunie', zegt Hendrickx. 'Daardoor lijkt het een officieel document, terwijl het slechts een leidraad voor de redactie van De Standaard is. Dat beeld wordt versterkt door de medewerking van de Taaltelefoon, die de auteurs bij twijfelachtige belgicismen advies gaf.' De Taaltelefoon is een taaladviesdienst van de Vlaamse overheid.

'Een bizar punt van kritiek', zegt samensteller van het Gele Boekje Ludo Permentier. 'De Taalunie heeft dit initiatief met een minimale financiële bijdrage gesteund en de Taaltelefoon heeft meegeholpen', aldus de voormalig Taalunie-medewerker en columnist in De Standaard. 'Maar dat maakt het op geen enkele manier een publicatie van de Taalunie. Op de kaft staat: “Een woordenlijst van De Standaard". Lezers hebben het recht te weten wat de taalpolitiek van een krant is en dat hebben we duidelijk gemaakt.'

Ruud Hendrickx is te hard in zijn woorden, zegt ook eindredacteur Astrid Houthuys van De Standaard. 'Dat er door onze marketingcampagne ongewild verwarring gezaaid is, begrijpen we. Toch: wie de moeite doet de voorwoorden te lezen, weet dat dit een lijst is voor en door de redactie. Én voor onze lezer uiteraard.' Het Gele Boekje is door de samenwerking met de taalinstanties volgens Houthuys 'een héél betrouwbare en up-to-date taaladviesbron'.

Ook de Taaltelefoon is het niet eens met de kritiek van Hendrickx. 'Wie zich goed informeert moet begrijpen dat het Gele Boekje niet meer is dan een gids voor De Standaard', zegt medewerker Miet Ooms. 'Wij hebben wel meegewerkt, maar de auteurs hebben de eindbeslissing gemaakt. En het is niet door een kleur dat een boekje een officiële status krijgt.'

Medeauteur van het Gele Boekje Rik Schutz kan zich niettemin wel wat voorstellen bij de kritiek van Hendrickx. 'Ik ontken niet dat er verwarring is ontstaan', zegt hij in een reactie. 'De pr-afdeling van De Standaard heeft de bijnaam sluw gekozen. Het Gele Boekje lijkt op het Groene Boekje. Maar het zat gratis bij een dagblad, dan moet een weldenkend mens begrijpen dat het geen officieel gezag heeft.'

Als lid van de taaladviesgroep van de Taalunie kondigt Hendrickx aan de uitgave van het Gele Boekje aan te kaarten. 'Wij komen in april samen en dan zal ik de auteurs erop aanspreken. Nu zijn er met het Groene en het Gele Boekje twee taalgidsen met de stempel van de Taalunie. Dat levert verwarring op.' 

De Centrale



De Centrale is online. Achttien studenten journalistiek analyseren, interviewen en maken nieuws. Wij berichten vanuit Brussel over politiek, economie, cultuur, wetenschap en sport. We staan in het hart van België en Europa en in het middelpunt van het nieuws. Hij heeft heimwee naar de jaren zeventig, zegt tekenaar Marec (59) in gesprek met De Centrale. De Brugse cartoonist worstelt met de islam, moderne tijden en de roep om minder vlees te eten. Hoe ouder de tekenaar wordt, hoe moeilijker het leven hem schijnt. Hoewel de redactie van De Centrale afgerond drie keer zo jong is, grijpen Marecs worstelingen ook ons bij de lurven. Wij grijpen terug met nieuws en duiding. Gaat het Boko Haram echt om de islam? Krijgt de prostitutie Tinder in haar greep? Zaait het Gele Boekje met zijn Vlaamse woorden verwarring? Op De Centrale leest u nieuwsartikelen, interviews en analyses. De redacteuren berichten vanuit hun eigen specialiteit en interesse. Niet alleen gratis geld en Griekenland, maar ook blindheid in de film en een vegetarische stoofvlees met friet komen aan bod. De Centrale houdt u op de hoogte.

vrijdag 27 februari 2015

OPINIE: Geen alcoholbeleid zonder overheid

Op 14 februari keurde Scouts en Gidsen Vlaanderen, de koepel van Vlaamse scoutsverenigingen, een nieuw alcoholbeleid goed. Alcoholgebruik is vanaf nu enkel toegestaan voor leden vanaf 16 jaar, sterke drank vanaf 18 jaar. Met die beslissing komt een einde aan een ongelooflijk troebel tijdperk wat betreft de consumptie van alcohol binnen de scouts. Maar in winkels en op café kunnen jongeren nog steeds gemakkelijk sterke drank kopen. Waar zullen zij terechtkomen als de overheid in gebreke blijft?

De overkoepelende scoutsorganisatie had het, niet onbegrijpelijk, lange tijd moeilijk om een duidelijk standpunt in te nemen omtrent alcoholgebruik bij leden. Dat blijkt ook uit de bewoording in Speel Op Veilig, een infobrochure met informatie en tips voor scoutsleiding. Daarin staat - voorlopig nog - beschreven dat 'het in het openbaar altijd verboden is alcoholische dranken te schenken aan iemand die jonger is dan zestien jaar. (...) In huiselijke kring mag drank wel aangeboden worden, bijvoorbeeld aan het kampvuur.’

Vooral die laatste zin liet veel ruimte voor interpretatie. Het siert Scouts en Gidsen Vlaanderen dat het zijn lokale groepen het vertrouwen gaf om zelf de grenzen van verantwoordelijkheid te bepalen. Het siert de koepelorganisatie ook dat ze een moedige beslissing nam waar in principe niemand iets op tegen heeft. En toch. Waarom had het scoutsverbond het zo moeilijk om de grens op 16 jaar vast te leggen, terwijl die leeftijd in feite wettelijk bepaald is? Het wijst erop dat lang niet iedereen die wettelijke bepaling zo strikt wilde volgen. Dat komt deels door gewoonte: alcohol was zeer lang aanwezig in de scouts bij leden vanaf 14 jaar. Zij behoren tot de leeftijdscategorieën van gidsen, verkenners of jin en kwamen vaak voor het eerst in aanraking met alcohol bij de scouts.
Puber
Het oogluikend toelaten van die gewoonte steunde op een zeer duidelijk argument: onze jongeren leren beter kennismaken met alcohol in een besloten, huiselijke en per definitie veilige kring, dan elders op café. De jeugdbeweging vervulde in dat opzicht een opvoedende rol door het taboe rond alcohol te doorbreken. Want wat is het eerste dat een puber doet als je hem iets verbiedt? Juist ja. In al die jaren dat het argument standhield liep er bovendien maar weinig fout, het bewijs dat Scouts en Gidsen Vlaanderen terecht vertrouwen had in zijn leiding. Maar scoutsverenigingen bevonden zich in die periode wel altijd in een juridisch grijze zone waarin termen als huiselijke kring en leeftijdsgrens geen exacte interpretatie  kenden.

Nu de scouts de knoop doorhakte en de overheid in gebreke blijft weet niemand waar jongeren die veilige omgeving zullen vinden.

Laten we vooral niet vergeten dat alcohol ingebakken zit in de volkscultuur. Ook thuis maken veel jongeren al eens kennis met de smaak van bier of wijn, gelukkig maar. Alcohol is namelijk een algemeen bekend gegeven: door het creëren van een taboe los je helemaal niets op. Verloor Scouts en Gidsen Vlaanderen de laatste jaren het vertrouwen in zijn leiding? Helemaal niet, de organisatie paste zich gewoon aan. Een tijd waarin angstpsychose overheerst laat maar weinig ruimte voor gevoelsmatige interpretaties. Het klinkt misschien confronterend of overdreven, maar het is gewoon een feit: wie niet verzekerd is, is de klos. Daarom is het jammer dat zelfs de scouts, waar jongeren zoeken naar een vorm van vrijheid die ze in het dagelijkse leven maar moeilijk kunnen vinden, steeds meer regelgeving moet ondergaan.
Gevaar
Toch is er ook een keerzijde, namelijk die van de wetenschap. Elk gebruik van alcohol bij jongeren berokkent lichamelijke schade, daarover bestaat geen discussie. Vandaar het respect voor Scouts en Gidsen Vlaanderen om tegen cultuur en gewoonte in te kiezen voor een strenger beleid omtrent alcoholgebruik. Niemand kan er iets op tegen hebben dat jongvolwassenen iets ontzegd wordt dat hun gezondheid in gevaar kan brengen. Maar er liggen twee gevaren op de loer. In de eerste plaats die van het taboe: we moeten opletten dat jongeren de vrijheid die ze nu verliezen bij de scouts niet elders gaan opzoeken. Tenzij er effectief een ommekeer komt in het idee van jongeren over alcohol als stoer en een teken van volwassenheid, zullen ze er hoe dan ook mee blijven experimenteren. En dat is hun volste recht.

Het tweede probleem is het beleid van de overheid. De beslissing van Scouts en Gidsen Vlaanderen kan namelijk evengoed geïnterpreteerd worden als de noodkreet voor een consequent alcoholbeleid. Jongeren kunnen vandaag op café of naar de winkel gaan en zonder problemen bier kopen, zelfs als dat volgens de wet niet toegelaten is. Zolang de overheid incapabel blijft om de toepassing van regelgeving rond alcoholgebruik te controleren, blijft de vraag of met het nieuwe beleid bij de scouts het probleem niet gewoon verschoven wordt. Misschien loopt de staatskas al teveel inkomsten mis door de verstrengde regelgeving op sigaretten of zit de alcoholcultuur er te diep ingebakken. Jongeren hebben alleszins het recht om kennis te maken met alcohol, maar dan wel in een veilige omgeving. Nu de scouts de knoop doorhakte en de overheid in gebreke blijft weet niemand waar ze die omgeving zullen vinden.

'Ik denk erover mijn tekenstijl aan te passen’



Cartoonist Marec tekende de profeet Mohammed op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo. De tekenaar wil niet aan zelfcensuur doen, maar vreest voor zijn gezin. ‘Zij raden mij aan niet meer te tekenen over de profeet en de islam, maar ik kan dat niet.'

‘Als de zanger Joe Cocker sterft, ga ik hem niet tekenen terwijl hij geneukt wordt door een kameel’, zegt de Brugse cartoonist Marc De Cloedt, beter bekend onder zijn artiestennaam Marec. In de krant Het Nieuwsblad en het weekblad Dag Allemaal twijfelt de tekenaar niet aan een tekening omdat die mensen zou kwetsen. Toch spot hij niet zomaar met alles. ‘Ik weet niet of ik op een andere manier cartoons zou maken als ik zou werken voor een weekblad als Charlie Hebdo. Ik heb zelf ook wel grenzen.’

‘Blijkbaar doe ik enkel nog dingen die verkeerd zijn', zucht Marec. 'Ik rook, ik drink en ik eet vlees. Daarom heb ik heimwee naar de jaren zeventig, toen alles nog probleemloos was.' Een bruine sigaret bungelt uit zijn mondhoek. Zijn dieselauto hoest grijze rook. Hij stelt voor om naar zijn atelier te rijden en daar het interview af te nemen. Het portier opent hij van binnenuit langs de passagierskant, want de deur mist een handvat. Ook de ventilatie werkt niet naar behoren en de ruiten blijven gevaarlijk beslagen.

Marec worstelt niet enkel met het voertuig, maar ook met de grote problemen van deze tijd. De aanslag op het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo, de laffe reactie van de Verenigde Staten en de onzin van veertig dagen zonder vlees. Maar hij maakt zich vooral zorgen over zijn vrijheid als tekenaar. ‘Soms lijkt het wel of mensen aangeven dat cartoonisten maar de gevolgen moeten dragen van wat ze tekenen.’

Moeten tekenaars op hun hoede zijn?
MAREC: ‘We werden in januari allemaal geconfronteerd met het drama rond het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo. Een aanslag omdat cartoonisten het waagden Mohammed af te beelden. Maar Charlie Hebdo gaat niet over de profeet. Het gaat over onze vrijheid en die moet beschermd worden. De islam en de profeet zijn voorbeelden van bedreigingen van onze vrijheid. We durven niet meer te doen, te tekenen of te zeggen wat we willen.'

'Als je critici een stap
tegemoet zet, zou het
wel eens een stap
te ver kunnen zijn.'
Bent u zelf bang?
‘Nee, maar over mijn vrouw en dochter maak ik me wel zorgen. Onze nieuwe galerij The Cartoonist komt steeds vaker in het nieuws, zeker de laatste weken. Onlangs was onze Belgische premier Charles Michel op bezoek. Hij maande me aan gewoon verder te tekenen. “Teken mij. Dat is jullie vrijheid, ook al word je zelf bedreigd.” Dat was zijn boodschap aan ons cartoonisten. Ook in de week na de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo kwam iedereen naar me toe. Niet opgeven, doordoen was hun boodschap. Sinds een week of drie is dat veranderd.'

Hoezo?
‘Steeds meer sporen ze me aan om ermee op te houden. Deze week was ik te gast bij het Radio 1-programma De Bende van Annemie, met Annemie Peeters. Ze stelde me de vraag of ik mensen niet in gevaar bracht. Ik had er nog nooit over nagedacht.’

Heeft Annemie Peters een punt?
‘Ja, natuurlijk. De mensen voelen zich steeds meer bedreigd. Daarom denk ik er steeds vaker over na om mijn tekenstijl aan te passen.’

Maar is die zelfcensuur niet juist het doel van terrorisme?
‘Natuurlijk. Humor en cartoons zijn wapens die de extremisten niet begrijpen. Dat is het probleem. Ik las deze week dat cartoonisten, de politie en joden vogelvrij zijn. Zo stond het in de krant.'

Is een cartoon het geweld dan waard? 
‘Stel dat ik een tekening publiceer waardoor een aanslag wordt gepleegd in Brussel. Dat is natuurlijk geen aangename gedachte. Maar wat moet je dan doen, ermee stoppen? Sommige mensen willen dat ik enkel nog teken over Jezus, Maria en God. Ik kan als cartoonist toch niet alleen maar dingen en mensen tekenen die mij niet bedreigen? Het is niet omdat de katholieke kerk mij met rust laat dat ik denk: “Ik ga jullie God en jullie profeet een beetje belachelijk maken”. Maar dat lees ik wel van collega's.'

Ook van andere cartoonisten?
‘Zij raden mij aan niet meer te tekenen over de profeet en de islam, maar ik kan dat niet. Dat zou betekenen dat ik moet stoppen als cartoonist.’

Omschrijft u uw eigen stijl eens.
‘Ik probeer altijd klaar te staan met een antwoord. Ik onderscheid me van andere cartoonisten door in te spelen op de actualiteit en de politiek. Andere tekenaars hebben het over bredere thema’s. Sommige onder hen tekenen over multiculturaliteit, anderen over de absurde kanten van het leven, zoals Kamagurka.’

Is uw eigen mening daarbij belangrijk?
‘De laatste jaren toon ik mijn mening vaker en vaker. Mijn voorgangers deden dat te veel, vond ik vroeger. Iedereen kwam overal zijn standpunt verkondigen. Ik heb lange tijd een cartoonist zonder mening willen zijn. Nu niet meer.'

Waarom niet?
‘Omdat ik bots met wat er nu allemaal gebeurt. Meer dan vroeger heb ik het moeilijk met nieuwe ideeën en meningen. Ik vind dat we van alles veel te snel een groot probleem maken. Begrijp me niet verkeerd, ik geloof wel in de problemen die er zijn. Maar dingen die ik normaal doe in mijn leven, kunnen plots niet meer. Vlees eten, met een diesel rijden, wat nog allemaal? Het lijkt alsof ik al heel mijn leven fout bezig ben. Als iemand me zegt dat ik iets niet mag doen, wil ik het net wel. Daarom heb ik nu een tekening gemaakt waar ik vlees eet, diesel tank, naar vrouwen kijk. Waarop ik cartoons teken, dat ook. Cartoons tekenen is ook gevaarlijk geworden. Ik heb er als titel boven gezet: ‘veertig dagen zonder vrees’. Omdat vandaag iedereen bang is, ook de tekenaars.’

U zei net dat u door die angst twijfelt om uw tekenstijl aan te passen. Wat zou u veranderen?
‘Ik heb de islam altijd gespaard. Racisme vind ik verschrikkelijk, daar wil ik niet aan meedoen. Maar we hebben te weinig kritiek gehad. Niet alles wat de islamgemeenschap doet is oké. We hebben vroeger teveel gezwegen.’

Was u bang om als racist bestempeld te worden?
‘Inderdaad. De grote vijand van Charlie Hebdo was altijd de politieke partij Front National. Bij mij was dat het Vlaams Belang. Ik ben altijd al tegen racisme geweest gedurende de jaren waarin ik als cartoonist aan de slag ben. Maar plots word je daar zelf mee geconfronteerd. Sinds vorig jaar heb ik een tentoonstelling met erotische schetsen lopen in mijn galerij The Cartoonist in Brussel, maar ik mocht mijn reclameaffiche met een blote vrouw niet ophangen. En dat stoorde me, dat ik moest plooien. Dat ik die affiche moest wegdoen. Ik vraag me af of we in de toekomst nog de vrijheid zullen hebben om te doen wat we graag doen.’

Mogen er dan geen grenzen zijn?
‘Nee, liefst niet voor mij. Ik heb moeite met hen die dingen willen verbieden omdat ze niet stroken met hun eigen ideeën. Je hebt nu eenmaal mensen met een andere mening. Ook zij hebben het recht om hun standpunten te uiten.’

Houdt u er rekening mee dat u mensen kan kwetsen?
‘Dat is een dubbel gevoel. In Parijs zijn mijn idolen op een dag allemaal vermoord. Een voor een doodgeschoten. De redactie van Charlie Hebdo kan toch niet zeggen: “Ja, het is onze schuld”? Nadat de Deense en Franse cartoonisten in 2006 geviseerd werden, heeft iedere krant in West-Europa die tekeningen van de profeet gepubliceerd. Ze stonden op alle voorpagina’ s met de achterliggende boodschap: “Wat ga je nu doen? Ga je ons allemaal vermoorden?”’

Gingen de cartoonisten van Charlie Hebdo soms niet te ver in hun tekeningen?
‘Ik vind van niet. Ik kan wel begrijpen dat gelovigen dat erg vonden. Maar bij Charlie Hebdo ging het over het al dan niet toegeven. Als we ervoor kiezen de profeet niet meer te tekenen, dan vrees ik dat we binnen een jaar of twee ook geen naakte vrouwen meer mogen afbeelden. Als je de critici een stap tegemoet zet, zou het wel eens een stap te ver kunnen zijn voor onze toekomst.’

U tekent voor de krant Het Nieuwsblad. Legt de redactie bepaalde regels of richtlijnen op? 
‘Het Nieuwsblad is een krant die heel wat mensen bereikt. Er staat ernstig nieuws in, geen satire. Behalve dan de tekening. De dag na de aanslagen op Charlie Hebdo kreeg ik de kans wat brutaler te zijn met mijn cartoon. Omdat iedereen zo gechoqueerd was.’

Wat hebt u toen getekend?
‘Ik heb de profeet getekend, met zijn handen voor zijn gezicht.’

'Het gebeurt wel eens
dat de krant een van
mijn cartoons weigert'
Mag u van de redactie Mohammed afbeelden?
‘Ik heb het er eigenlijk nooit met hen over gehad. Er zijn geen afspraken rond vastgelegd.’

Maar u hebt hem wel getekend na de aanslag op 7 januari.
‘Toen ik het nieuws hoorde, had ik geen tijd om te tekenen. Ik had zelfs geen tijd om na te denken, want van overal kwamen ze me vragen stellen. ’s Avonds, om half acht, was ik te gast bij het Canvasprogramma Terzake. Op dat moment had nog altijd geen tekening kunnen maken. Ik heb toen in de studio’s van VRT die cartoon getekend.’

Waarom hebt u juist die prent getekend?
‘Het tekenen van de profeet was de oorzaak van wat er toen is gebeurd. Als die terroristen zoiets vreselijks doen, dan denk ik dat de profeet niet meer afgebeeld wil worden. Hij schaamt zich zo diep, dat hij zich niet meer durft te vertonen. Ik had dus een tussenoplossing gevonden. Hij verborg zichzelf.’

Weigert de redactie soms een tekening te plaatsen?
‘In het begin gebeurde dat wel.’

Om wat voor cartoons ging het dan?
‘Tekeningen over de dood of over ziektes bijvoorbeeld. Mensen die in een ongeluk sterven. Als ik daar toch tekeningen over maak, is dat meer een eerbetoon. Maar als je een cartoon tekent over een ramp of over iemand met kanker en je lacht er mee, dan trekken ze daar de grens.’

Er zijn dus toch bepaalde dingen die niet kunnen?
‘Ja. Brutaliteit vind ik leuk. Ik kan er ook altijd mee lachen. Maar er moet een schoonheid achter die brutaliteit schuilen. En dat was Charlie Hebdo voor mij.’

@freyadecoster

Boko Haram: meer dan religie

Een beeld uit een video verspreid door Boko Haram.


#BringBackOurGirls, 2000 doden in de Nigeriaanse stad Baga en ‘de westerse opvoeding is een zonde’, doen waarschijnlijk een belletje rinkelen: Boko Haram. Als beweegreden van deze Noord-Nigeriaanse groepering noemen journalisten steevast ‘het willen invoeren van de sharia, de islamitische wetgeving’. Andere motieven komen nauwelijks aan bod, terwijl deze juist cruciaal zijn. Voor wie de huidige conflicten in Nigeria wil begrijpen, is het lezen van onderstaande drijfveren essentieel.

Jama'atu Ahlis Sunna Lidda'awati wal-Jihad, oftewel ‘zij die zijn toegewijd aan de verspreiding van de leer van de profeet en de jihad’, is de officiële benaming voor Boko Haram. Deze groep richt zich op scheidslijnen in Nigeria: de kloof tussen noord en zuid, rijk en arm, en zoals hun naam voorspelt, moslims en niet-moslims.

Kloof I: noord-zuid
In 1900 voegde Groot-Brittannië een aantal autonome Afrikaanse staten samen. Hieruit ontstond Nigeria. Ondanks de opgelegde territoriale eenheid handhaafden de Britse kolonisators verschillende wetten in het noorden en zuiden van Nigeria. De inwoners van deze twee gebieden reageerden dan ook uiteenlopend.

De noorderlingen wantrouwden enerzijds de nieuwe regeerders die Nigeriaans land, culturen en gebruiken konden ondermijnen en anderzijds de lokale elite die het Britse gezag toestond. Nigerianen uit de zuidelijke regio’s reageerden positief doordat de Britse overheersers infrastructuur en scholen opzetten. De docenten volgden een westers onderwijsmodel. Het merendeel van de zuidelijke bevolking bekeerde zich tot het christendom, de Britse staatsgodsdienst. Groot-Brittannië regeerde tot 1960 in het gehele gebied, al kwam hun beleid in het noorden nauwelijks van de grond. De achterstand die deze regio hierdoor opliep is 115 jaar later nog altijd zichtbaar.

Het huidige Nigeria is opgedeeld in 36 staten met relatieve autonomie. Het centrale gezag is afwisselend in handen van een moslim uit het noorden en een christen uit het zuiden. In 2011 was het noorden aan de beurt, vier jaar lang zou iemand uit hun midden het land regeren. Toch voerde Goodluck Jonathan, een christen uit het zuiden, campagne en kwam vervolgens als winnaar uit de bus.

Of de verkiezingen eerlijk zijn verlopen is
discutabel. Wel is het glashelder dat een noorderling president had moeten worden volgens het, tot dan toe, gerespecteerde Nigeriaanse voorschrift. Jonathan lapte deze regel echter aan zijn laars en dat leidde tot woede en uitbarstingen van geweld onder de bevolking. 'De verhoudingen tussen noord en zuid staan sindsdien weer op scherp', verklaart John Campbell, onderzoeker bij de Council on Foreign Relations.

Kloof II: arm-rijk
In 2013 heeft de Nigeriaanse regering het bruto binnenlands product (BBP) berekend. Dit cijfer geeft de totale waarde weer van alle diensten en goederen die in een land geproduceerd zijn. Nigeria is opgeklommen naar de 26e plaats in de wereld en heeft de grootste economie van Afrika. Het BBP van ruim €370 miljard is een verdubbeling ten opzichte van 1990, het jaar van de laatste berekening.

Toch maakt dit voor de bevolking weinig verschil. 'De ongelijkheid neemt alleen maar toe', sprak Minister van Financiën Ngozi-Okonjo Iwaela na de bekendmaking. Deze ongelijkheid heeft te maken met de oneerlijke verdeling van bronnen. Corruptie is een groot probleem in Nigeria, blijkt uit analyse van Transparency International. Elk jaar onderzoekt deze organisatie de mate van corruptie in 175 landen. In 2014 behaalde Nigeria de 136e plaats, slechts 39 landen scoorden slechter. Ter vergelijking: België eindigde als vijftiende.

In 2010 is voor het laatst een onderzoek naar armoede uitgevoerd in Nigeria. Hoewel er vraagtekens gezet kunnen worden bij de precieze methode, is een stijging zichtbaar. In 2004 leefde 54.7% van de bevolking in absolute armoede, in 2010 was dit 60.9% van de 178.5 miljoen Nigerianen. In de noordelijke provincies komt armoede vaker voor dan in het zuiden.

Het noorden heeft naast een hoger armoedepercentage ook een grotere groep ongeschoolden dan het zuiden. Voor de Britse overheersing gingen veel kinderen uit het noorden naar koranscholen, genaamd Almajiri. Naast islamitisch onderwijs kregen kinderen hier voedsel en onderdak. Ouders met ontoereikende middelen om hun kinderen op te voeden stuurden hun kroost naar deze stedelijke scholen. Toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd richtte zij het onderwijssysteem in naar westers voorbeeld. Koranscholen kregen geen steun en kunnen sindsdien weinig kinderen opvangen.

De vraag naar deze scholen is echter groot. Om hoeveel ‘Almajiri’ kinderen het gaat is onduidelijk omdat de laatste officiële telling van 2006 dateert. De kinderrechtenorganisatie Unicef telde toen alleen al in de provincie Kano 1.5 miljoen Almajiri. Om in levensbehoeften te voorzien sluit een deel van deze jongeren zich aan bij groepen als Boko Haram, waar zij voedsel en loon krijgen.

De kloof tussen arm en rijk veroorzaakt ongenoegen onder de bevolking. Vanaf de komst van de Britten in 1900 zijn er in het noorden regelmatig opstanden. De drijfveren hierachter zijn gebrek aan economische ontwikkeling en de aanwezigheid van corruptie. In 2002 startte Mohammed Yusuf een groep voor ontevreden burgers genaamd Boko Haram. De eerste zeven jaar opereerde de groep hoofdzakelijk vreedzaam.

In 2009 liep een betoging in de noordelijke provincie Bauchi echter uit de hand. De betogers richtten zich tegen het verplicht dragen van een motorhelm. Het leger trad hard op: achthonderd mensen werden gedood, waaronder de oprichter van Boko Haram. Zijn executie was live op televisie te volgen, tot grote woede van Boko Haram leden.

Kloof III: moslims- niet-moslims
In 2009 is voor het laatst onderzoek gedaan naar religieuze voorkeuren van Nigerianen. Volgens die resultaten is 50.4% van de bevolking moslim, de overige 49.6% christen. In werkelijkheid is deze tweedeling minder evident: Nigeria telt ongeveer vierhonderd etnische groepen met elk hun eigen taal en gebruiken.

‘Moslims in Nigeria
voelen zich
al decennialang
tweederangsburgers.’
Toch wordt in verslaggeving vooral over moslims en christenen gesproken, waarbij een aantal moslims, de leden van Boko Haram, de sharia willen invoeren. Deze uitleg is simplistisch. Zo spreekt de Nigeriaanse schrijver Atane Ofiaja een heilige oorlog tegen doordat 'ook moslims slachtoffer zijn van het geweld en hun leefgebied moeten ontvluchten'. Ook Hussaini Abdu, werkzaam bij ActionAid Nigeria, ziet de kern van het probleem niet als religieus. 'Sociaaleconomische concurrentie voert de boventoon, zoals de toegang tot grondstoffen in het olierijke land', aldus Abdu.

Tot slot 'voelen moslims zich in Nigeria al decennialang tweederangsburgers', zegt journalist Ahmad Salkida. Deze Nigeriaanse verslaggever volgt Boko Haram sinds 2006 op de voet en heeft de kopstukken van deze groep meerdere malen geïnterviewd. 'De moslims wonen vooral in het noorden, waar meer armoede en werkeloosheid heerst en waar minder voorzieningen zijn dan in het zuiden', vervolgt Salkida. In 2011 waren de noorderlingen hoopvol. Een politicus uit hun midden zou de problematiek gedurende vier jaar gaan aanpakken. Deze verwachting werd met de grond gelijk gemaakt toen Goodluck Jonathan op dubieuze wijze president werd.

Door de problemen in de noordelijke regio’s staat de bevolking open voor een nieuw systeem. Boko Haram heeft een alternatief voor ogen en probeert dit met harde hand af te dwingen. De beweegredenen hierachter zijn echter complexer dan in de meeste berichtgeving naar voren komen.

n.v.d.r. Dit artikel is geen alomvattend antwoord op de vraag wat Boko Haram beweegt, maar is bedoeld om berichtgeving over deze Nigeriaanse groep enigszins te kunnen plaatsen.

'Blinde mensen zijn heel filmisch'

Een gesprek met regisseur Eskil Vogt over zijn debuutfilm 'Blind'

Gedurende de hele maand maart geeft het OffScreen Film Festival in Brussel u de kans om fantastische films te ontdekken die in ons land geen brede release hebben gekregen. Een van die films is het zwartkomische drama Blind, de debuutfilm van de Noorse cineast Eskil Vogt. De Centrale voelde hem aan de tand over de internationaal gelauwerde prent. 'Blindheid is voor mij een symbool voor cinema geworden.'

Of ik een kopje koffie wil, vraagt een opgewekte Eskil Vogt vanuit z’n zetel in het Gentse hotel waar we elkaar ontmoeten. 'Bedien jezelf maar', lacht hij. De Noorse regisseur oogt ontspannen. Begrijpelijk ook: zijn debuutfilm Blind kaapte prijzen weg op prestigieuze filmfestivals in Sundance, Berlijn en Istanbul, en de critici zijn lovend. Ook wie de film enkele maanden terug op het Film Fest Gent te zien kreeg, was danig onder de indruk.


Wie Blind daar niet heeft gezien, heeft nu nog één kans om een vertoning op groot scherm mee te pikken. De film kreeg helaas geen publieke release in België, maar in het kader van het OffScreen Film Festival wordt de prent binnenkort alsnog vertoond in Cinema Nova in Brussel. De passage in onze hoofdstad is het einde van een lange tournee. 'Ik ben er een beetje van verschoten hoe lang het duurt om een film uit te brengen', geeft Vogt toe. 'Na de premières in Sundance en Berlijn in het voorjaar van 2014 blijven er maar festivals bijkomen. Wat geweldig is, want niet elke film wordt zo goed onthaald. Maar het neemt jammer genoeg wel tijd weg voor volgende projecten.'



OffScreen Film Festival 


Van 4 tot en met 27 maart kan de eigenzinnige liefhebber
in Brussel terecht voor de achtste editie van het OffScreen
Film Festival. Het programma biedt naar goede gewoonte
een uitgelezen selectie van de meest obscure cultfilms tot
nieuwe, onontdekte toppers die in ons land geen officiële
release krijgen.

In Cinematek, Cinema Rits, Cinema Nova en Bozar kan u
dus genieten van een aantal films die de erg specifieke
smaak van de organisatie verraden. In het Botanicals-
parcours, dat draait rond horrorfilms met een plantaardig
thema, worden geflipte cultklassiekers als Invasion of the Body
Snatchers (1956) en het Japanse Matango: Attack of the
Mushroom People (1963) vertoond.  Het Offscreenings-
parcoursbiedt dan weer een selectie recente arthouse-
parels als het Noorse Blind (2014) en het Zweedse A Pigeon
Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014), dat onlangs
nog de Gouden Leeuw won op het Filmfestival van Venetië.

Het festival mag ook een speciale gast verwelkomen:
gerenommeerd horrorregisseur Tobe Hooper komt
een masterclass geven over zijn uiteenlopende
ervaringen met B-films enerzijds en het almachtige
studiosysteem van Hollywood anderzijds.
Vanzelfsprekend worden ook zijn beste en bekendste
films vertoond, met slasherfilm The Texas Chain Saw
Massacre (1974) als absoluut hoogtepunt.


Het heeft bovendien al erg lang geduurd vooraleer Vogt een eerste langspeelfilm kon maken: zijn eerste kortfilm is al meer dan vijftien jaar oud. Ondertussen heeft de Noor zich vooral toegelegd op scenario’s schrijven, onder andere voor de bejubelde film Oslo. 31 August (2011). 'Die film heeft behoorlijk wat succes gekend, wat heeft geholpen om eindelijk een eigen langspeelfilm gefinancierd te krijgen', legt Vogt uit. 'Voldoende geld vinden duurde zo lang, dat ik al bijna overwoog op te geven.'

Maar dat heeft hij dus niet gedaan, en gelukkig maar. Blind is een indrukwekkend debuut, waarin Vogt met veel gevoel voor humor het nochtans zwaarmoedige verhaal vertelt van Ingrid (Ellen Dorrit Petersen), een jonge schrijfster die haar zicht heeft verloren, en Einar (Marius Kolbenstvedt), een eenzame man op zoek naar genegenheid. De manier waarop Vogt erin slaagt om die twee verhalen naadloos samen te brengen, verraadt zijn ervaring als scenarist; de manier waarop hij erin slaagt om uit de aandoening van Ingrid een visueel indrukwekkende film te putten, verraadt dan weer zijn talent als regisseur.

De essentie van cinema
Cinema is een erg visueel medium, maar blindheid is een van de centrale thema’s in uw film.
ESKIL VOGT: 'Ik had een boek gelezen waarin een blind personage voorkwam, dat ik eindeloos fascinerend vond. Tegelijk dacht ik echter: dit is geen cinema, dit kan je niet doen als je een film maakt. Blindheid voorstellen, dat is een zwart scherm, met enkel geluid. Het zou een goedkope film zijn, maar niet iets dat ook maar iemand zou willen zien (lacht).'

'Blindheid is voor mij
een symbool
voor cinema geworden.'
Wat heeft u over de streep getrokken om toch op dat thema verder te borduren?
'Ik ontdekte dat er een belangrijk verschil bestaat tussen iemand die blind is geboren, en iemand die zijn of haar zicht heeft verloren. Die eerste beschikt over geen enkel visueel concept, terwijl die tweede, hoewel het vermogen om te zien verloren is, zich wel nog dingen  kan voorstellen. Dat vond ik net heel filmisch: wanneer iemand die zijn gezichtsvermogen verloren heeft, iets hoort, zal hij of zij proberen om zich daarbij iets voor te stellen. Dat beeld zal veranderen als iemand hints geeft over wat men zich probeert te verbeelden. Het is net als in de bioscoop: je zit in de duisternis, en je ziet beelden voorbij flitsen. Blindheid is voor mij een symbool voor cinema geworden.'

In het begin van de film zegt het hoofdpersonage 'Het is niet belangrijk wat echt is en wat niet, zolang ik het mij maar kan voorstellen.' Is dat voor u een metafoor voor cinema?
'Dat denk ik wel, ja. Wanneer je een film over blindheid maakt, denk je daar veel over na: je stelt jezelf essentiële vragen over film als medium. Cinema wordt vaak beschreven als een erg realistisch medium. Je zet je camera ergens, en je filmt wat daar is. Dat documentaire vermogen is een deel van de kracht van film. Maar wij ervaren de wereld dan ook als één voortdurende take. Er is geen montage, er zijn geen cuts in de manier waarop wij de wereld rondom ons waarnemen. Voor mij is de cut net de essentie van cinema: twee beelden aan elkaar plakken en zo een idee of emotie creëren, dat is het belangrijkste instrument dat filmmakers hebben. Want dat is iets wat we niet hebben in onze perceptie van de wereld, maar wel in onze gedachten en onze dromen. Het citaat dat je aanhaalt, gaat ook daarover.'

Ingrid, het hoofdpersonage van Blind, laat zich niet enkel typeren door haar blindheid, maar ook door haar artistieke creativiteit. Zijn die twee met elkaar verbonden?
'Ik denk dat ze al erg creatief was voor ze blind werd, maar nadat ze haar gezichtsvermogen heeft verloren, heeft ze veel meer tijd en trekt ze zich meer terug in haar creativiteit. Ik denk niet dat mensen veranderen en nieuwe vermogens ontwikkelen wanneer ze blind worden. De mythe dat ze een 'supergehoor' krijgen, is niet waar: ze leren gewoon meer op hun gehoor te vertrouwen. Ingrid, het hoofdpersonage, is iemand die nu gewoonweg meer tijd heeft om te ontsnappen in de verbeelding die ze altijd heeft gehad.'

Blind acteren
Ellen Dorrit Petersen speelt het blinde hoofdpersonage in de film. Hoe heeft ze zich op die rol voorbereid?
'Ik heb Ellen voorgesteld aan een blinde vrouw die ik leerde kennen tijdens mijn research voor de film. Zij had haar zicht verloren toen ze twintig-vijfentwintig jaar was, net zoals het hoofdpersonage. Ellen heeft ook met een visual therapist gewerkt. Deze helpt blind geworden mensen om terug hun weg te vinden in het dagelijkse leven. Hij raadde haar aan om zichzelf te blinddoeken en gaf haar dan een training. Maanden heeft ze zo geleerd wat het is blind te zijn, leerde ze hoe een blinde vrouw beweegt. Dat is wat haar prestatie zo goed maakt.'

In andere films komen blinde personages nogal vaak als een karikatuur over, die eindeloos in de verte staren en tegen alles aanlopen.
(knikt) 'Ja, inderdaad, dat heb ik ook gemerkt. Veel heeft te maken met of je al dan niet blind bent geboren. Als dat zo is, zie je er heel blind uit. Je ogen volgen geen geluid, als ze geconcentreerd luisteren, draaien ze hun oor naar je toe. Ze reageren enkel op geluid. Wat de acteur Al Pacino doet in Scent of a Woman sluit daar bij aan, maar het klopt eigenlijk niet, want hij speelt een personage dat blind is geworden. Hij kijkt gewoon in de leegte, om de indruk van een blinde te wekken. Wij wilden iets doen dat meer aansloot bij de blinde mensen die we hebben ontmoet: hun ogen bewegen wél nog heel de tijd, en eigenlijk zien ze er niet zo blind uit. We wilden dat het echt overtuigend werd, maar ook erg waarheidsgetrouw.' 

Waarop moet een acteur dan letten?
'Aanvankelijk denk je dat het allemaal met je ogen en je gezichtsuitdrukking te maken heeft, maar eigenlijk zit de essentie in de lichaamstaal. Ingrid beweegt altijd een beetje onzeker, ze voelt of er iets is alvorens ze haar glas neerzet. Het was belangrijk dat ze niet overal tegenaan liep, want ook al is haar personage blind, ze ként haar appartement. In haar lichaamstaal zie je de blindheid. Ellen heeft dat geweldig gedaan, wat mij betreft.'

Bekijken en bekeken worden

'Iedereen wil graag
'visueel' erkend worden,
verlangt ernaar
bekeken te worden
door geliefden.'

Nog iets dat opvalt aan Ingrid: hoewel ze blind is, voelt ze zich vaak bekeken, of wil ze zich vaak bekeken voelen.
'Het is iets heel menselijks om bekeken te willen worden. De eerste vraag die vrouwen stellen als ze blind zijn geworden is: 'Hoe doe ik nu mijn make-up op?'. Ze gaan niet stoppen met zich op te maken omdat ze blind zijn, ook al kunnen ze niet meer in een spiegel kijken. Iedereen wil graag 'visueel' erkend worden, verlangt ernaar bekeken te worden door geliefden. Een blinde persoon die dat voelt, maakt je daar heel bewust van. Dat vond ik een erg interessante gedachte.'

Een van de andere personages, Einar, is dan weer een echte voyeur. Hij kijkt porno op het internet, bespioneert zijn overbuurvrouw door het venster,… Ben je vanaf het begin op zoek gegaan naar die balans tussen blindheid en voyeurisme?
'Ik wilde graag met beide uitersten spelen en de verschillende personages aan elkaar spiegelen. Einar wordt geïntroduceerd aan de hand van de porno die hij kijkt. Porno is de ultieme vorm van de male gaze: het is gemaakt voor mannen, en het draait om mannen die naar vrouwen kijken. Terwijl ik het scenario schreef, realiseerde ik me dat pornografie zo het tegengestelde is van blindheid.'

Hoe bedoelt u dat?
'Pornografie draait om zien, zonder de mogelijkheid om wat je ziet ook effectief aan te raken. Het werd allemaal deel van hetzelfde thema: kijken zonder aan te raken, het verlangen om bekeken te worden. Die tegenstelling tussen blindheid en pornografie vond ik erg interessant. Het illustreert hoe visueel onze wereld is geworden en hoe belangrijk visuele input is.' 

Geen compromissen
Tijdens de première
op het Sundance Film Festival
werd er zo veel gelachen,
dat ik voortdurend rondkeek
en me afvroeg:
'Wie heeft deze mensen
betaald om zo te reageren?'
Al die paradoxen maken het erg moeilijk om het genre en de stijl van Blind te omschrijven.
'Dat is waar. In de Verenigde Staten ziet men de film als een zwarte komedie, maar dat is nooit echt m’n bedoeling geweest (lacht). Ik wilde graag een aantal komische elementen in mijn film, maar ik had nooit gedacht dat ik echt een komedie had gemaakt. Maar tijdens de première op het Amerikaanse Sundance Film Festival werd er zo veel gelachen, dat ik voortdurend rondkeek en me afvroeg: 'Wie heeft deze mensen betaald om zo te reageren?' Later toonden we de film op het Filmfestival van Berlijn en daar werd er toch een stuk minder gegrinnikt. De toon was veel serieuzer. Het is alsof je film verandert met het publiek.'

Op die filmfestivals werd Blind erg goed ontvangen. Had u al die lof verwacht toen u aan de film begon?
'Wanneer je aan een film begint, probeer je niet aan de release te denken. Ik probeerde te focussen op de film die ik graag zou willen zien en ervaren. Ik wilde vooral een erg persoonlijk werk maken en geen compromissen sluiten. Wanneer je je film hebt afgewerkt, hoop je echter dat het publiek hem kan smaken. Ik wist niet wat te verwachten op Sundance, omdat het zo’n Amerikaans festival is. Je kan niet voorspellen of anderstalige prenten überhaupt gaan opgemerkt worden. Maar Blind was een van de hypes van het filmfestival, er werd overal over gepraat. Dat is geweldig.'

Op het Sundance Film Festival ging u zelfs aan de haal met de prijs voor het Beste Scenario. U heeft al heel wat ervaring op dat gebied, en bovendien zit er ook een zeker literair element in de film - het hoofdpersonage schrijft zelf ook. Past het schrijven van een roman binnen uw ambities?
'Ik heb te veel respect voor literatuur om dat te doen, denk ik. Cinema is een beetje mijn eerste taal. Ik ben er al mee bezig van toen ik nog erg klein was en alle ideeën die ik heb, hebben met film of met beelden te maken. Literatuur kan ik niet vanop dezelfde manier benaderen, ik sta te veel buiten dat medium. Ik denk niet dat dus ik ooit een boek zal schrijven… (aarzelt) Wie weet. Misschien, ooit. Eerst wil ik nog een film regisseren. Ik denk dat het nu ook iets gemakkelijker wordt om geld te vinden voor een volgende film. De eerste is de moeilijkste, maar ik ben er wel erg trots op.'
Blind speelt in Cinema Nova te Brussel op 15 maart. Meer info op www.offscreen.be.