Webmagazine
Master Journalistiek VUB
2014-2015

EXPO: (im)Possible Road werpt unieke blik op de toekomst

(im)Possible Road tart de verbeelding van bezoekers op verschillende locaties in Gent en daagt hen uit na te denken over het (on)mogelijke.

Eerste geslaagde penistransplantatie geen revolutionaire gebeurtenis

Ethici en urologen hebben bedenkingen bij de eerste 'geslaagde' penistransplantatie.

Column: Auto met een strikje rond

‘Gestolen voertuig?’ Deze twee woorden waren genoeg. Ze deden de grond wegzakken onder mijn voeten. Voelden als een klap in mijn gezicht en een stomp in mijn maag, en dat allemaal tegelijk.

Regenbogen domineren de voetbalvelden

‘Studies hebben uitgewezen dat er in het voetbal nog steeds een taboe heerst over homoseksualiteit.’ Maar is het wel belangrijk dat de allerjongsten dit taboe al proberen te doorbreken?

Eengemaakte digitale markt binnen Europa stap dichterbij

De Europese Commissie maakte er bij haar aantreden een prioriteit van om nog binnen deze ambtstermijn een eengemaakte digitale markt te realiseren. Vorige woensdag maakte ze bekend welke terreinen ze wil aanpakken, in de aanloop naar verdere besprekingen in mei.

'De sp.a heeft te lang het centrum willen behagen.'

'De verkiezingscampagne domineert nu al anderhalve maand de media. Het is stilaan wel geweest.' Een gesprek met John Crombez over de (on)zekerheid van zijn kandidatuur, de angst van de samenleving, en de authenticiteit van zijn partij.

Breaking News

Posts tonen met het label Jef Poppelmonde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jef Poppelmonde. Alle posts tonen

woensdag 1 april 2015

Dubbelinterview: Maarten Boudry en Sami Zemni



‘We moeten de problemen met de islam onder ogen durven zien’, zegt Maarten Boudry, ‘de Koran, de kern van die godsdienst, is een haatdragend boek.’ ‘Maar moslims kunnen ook nadenken, hoor. Ook zij kunnen zich een mening vormen over wat ze lezen’, antwoordt Sami Zemni. Een gesprek met twee Gentse academici over de islam, de Koran en religieuze hervorming. 

Luttele minuten voor het begin van het interview kost een aanslag in Tunesië het leven aan tweeëntwintig toeristen. Sami Zemni, wiens vader afkomstig is uit het getroffen land, is zichtbaar aangedaan. Zijn telefoon staat geen seconde stil. ‘Terzake hangt al aan de lijn’, verklaart hij, ‘het zijn drukke tijden voor kenners van het Midden-Oosten en Noord-Afrika.’

Het hele interview lang overschouwt een levensgroot portret van Darwin de ruimte. ‘Ik ben wetenschapsfilosoof’, verklaart Maarten Boudry, ‘ik ben bezig met de kwetsbaarheid van ons brein voor irrationele denkbeelden. En daar is natuurlijk een raakvlak met religie.’ De jonge onderzoeker schreef bovendien enkele opiniestukken over radicalisme en de Koran. ‘Je hoort vaak dat jihadistisch geweld weinig of niets met de islam te maken heeft. Maar daar ben ik het absoluut niet mee eens.’

En daarom vindt u dat de islam dringend nood heeft aan hervorming. Is er in die religie ruimte voor fundamentele verandering?

Boudry: Ik betwijfel dat. We zien hoe bijna elke keer als de islamitische wereld een crisis doormaakt, bepaalde groepen zich terugplooien op hun oorspronkelijke cultuur. Keer op keer grijpen zij terug naar de oorspronkelijke teksten van de Koran en doen ze elke hervorming teniet.

Toen op het einde van de achttiende eeuw het Ottomaanse Rijk in verval was, zijn op het Arabische Schiereiland de Wahabisten aan de macht gekomen. Zij hebben een terugkeer ingezet naar de wortels van de islam. Daardoor zien we sinds de jaren 1980 wereldwijd een sterke fundamentalistische terugval.

Zemni: Maar het is heel belangrijk om te beseffen dat die evolutie niet uitsluitend met de islamitische leer te maken heeft. Om het radicalisme van vandaag te begrijpen moeten we rekening houden met een erg complex geheel van politieke en sociaalhistorische redenen.

Stel dat er op het Arabische Schiereiland geen olie was gevonden. Dan hadden de Verenigde Staten geen geld in die regio gepompt en waren de Wahabisten nooit zo succesvol geweest. Dan had de islamitische wereld er vandaag misschien helemaal anders uitgezien. 

De islam is niet gedoemd om op crisismomenten altijd terug te grijpen naar het verleden.

U bent er nochtans van overtuigd dat de Koran de kern van het probleem is?


‘De Koran blijft de essentie
van de Islam, voor alle 
moslims, hoe je het ook 
draait of keert. En dat is 
door de band genomen 
een haatdragend boek’

Boudry: Ja, omdat ik geloof dat als de Wahabisten niet aan de macht waren gekomen, een andere groep daar wel naar had teruggegrepen. Dat boek blijft de essentie van de islam, voor alle moslims, hoe je het ook draait of keert. En je kan aan een heilige tekst wel een beetje morrelen en masseren, maar zoveel spelingsruimte heb je niet. 

En de Koran is door de band genomen een haatdragend boek met een totalitaire ideologie. Het is een lange tirade tegen ongelovigen. Het wijst voortdurend op de eeuwige folteringen die hen te wachten staan, wanneer het Laatste Oordeel is aangebroken. Daarnaast is een groot deel gewijd aan de Heilige Oorlog, de jihad, die moet uitmonden in de onderwerping van de hele wereld. En die jihad is een plicht voor alle moslims, dat staat ook in het boek.

Is het volgens u mogelijk om op een andere manier met de Koran om te gaan?

Zemni: Zeker en vast. Er is de laatste decennia al heel veel veranderd. Tot een kleine honderd jaar geleden keek een massa geleerden er nauwlettend op toe of mensen de Koran niet te veel zelf zouden lezen en interpreteren. Dankzij de alfabetisering is dat veranderd. Ook in de islamitische wereld worden gelovigen nu aangemoedigd om zelf na te denken en om zich een mening te vormen over wat ze lezen.

Bovendien staan er vandaag verschillende mensen op die zichzelf als hervormers zien. Zij streven naar een nieuwe omgang van de gelovigen met het Heilige Boek. En je kan dat natuurlijk alleen maar aanmoedigen. De islam heeft die hervorming nodig. 

Waarom hebben die stemmen voorlopig zo weinig succes?

Zemni: Omdat zij veel te weinig impact hebben op het gros van de gelovigen. Hun werk blijft tot nu toe vooral een intellectuele oefening. De fundamentele strekkingen zijn veel hardnekkiger en daarbij spelen macht en geld een heel belangrijke rol. Islamitische Staat heeft olievelden, geld om wapens te kopen en om diensten te verlenen aan haar bevolking. Hetzelfde geldt voor Saoedi-Arabië, dat op bergen oliegeld kan teren. Daardoor zijn zij zo succesvol in het verspreiden van hun uiterst conservatieve versie van de islam over de wereld.

Mensen die een ander verhaal vertellen, gaan ook eerst macht moeten opbouwen. Je kan niet met enkel een goed argument miljoenen moslims overtuigen. Je moet je boodschap kunnen verspreiden, niet met dwang, maar wel met geld en macht. Voorlopig ontbreekt dat laatste.

Zou u liever alle moslims eenvoudigweg afstand zien nemen van de Koran?

Boudry: Ja, toch zeker van grote delen. Ik besef dat ik daar eigenlijk het onmogelijke vraag. De Koran zegt zelf dat hij een en ondeelbaar is. Hij is te nemen of te laten. Maar toch moeten moslims die stap durven wagen. Dat is de enige weg vooruit.

Want natuurlijk wil de overgrote meerderheid van de gematigde moslims een vreedzame, tolerante islam, die te rijmen valt met de mensenrechten en de democratie. Maar als ze geen gezichtsverlies willen lijden binnen hun eigen gemeenschap, moeten ze zich wel blijven beroepen op de Koran. 

‘Moslims weten wel 
dat er mensen zijn 
die hun geloof delen 
en op basis daarvan 
gruwelijke dingen 
doen.  Maar zij willen
daar niets mee 
te maken hebben’
Wanneer anderen dan in naam van dat boek vreselijke misdaden begaan, hebben gematigde moslims een totaal onvermogen om die link te erkennen. Een intelligente moslima vertelde mij onlangs dat alle Syriëstrijders gewoon geestesziek zijn en dat de Heilige Tekst geen enkele blaam treft. Dat is natuurlijk onzin. Maar zij kon dat gewoon niet toegeven, zonder haar eigen traditie verdacht te maken. En ze plukte dan hier en daar in de Koran wat vredelievende kersen, terwijl ze de veel talrijkere haatverzen simpelweg negeerde.


Zemni: Maar Maarten, dat is toch eigen aan elke gelovige die met paradoxen geconfronteerd wordt. Gelovigen beroepen zich altijd op het deel van de traditie dat zij waardevol vinden en de rest laten ze links liggen. Zij weten wel dat er mensen zijn die hun geloof delen en op basis daarvan gruwelijke dingen doen. Maar zij willen daar niets mee te maken hebben.

Bovendien is het voor moslims ook heel gemakkelijk om radicale lezingen van de Koran af te zweren, omdat er in de islam geen instituut zoals de kerk bestaat. Er bestaan geen religieuze dogma’s, die nageleefd moeten worden. 

Boudry: Maar dat maakt hervorming toch niet gemakkelijker? Een instituut zoals de kerk kan moderniseren, maar de Koran blijft altijd dezelfde zevende-eeuwse tekst.

U deelt die fatalistische houding niet?

Zemni: Nee. Ik geloof niet dat er telkens opnieuw fundamentalistische opstanden zullen komen zolang de Koran niet afgezworen wordt. Het is wel degelijk mogelijk om binnen de islamwereld een weg te vinden om bepaalde essentiële waarden, zoals de vrijheid van religie, te aanvaarden. Maar hoe de gelovigen dat bekomen, daar hebben wij eigenlijk geen zaken mee. Dat zullen zij zelf moeten uitmaken. Dat is toch ons probleem niet.

Boudry: Nee, maar wij kunnen als buitenstaanders wel een inschatting maken van hoe geloofwaardig bepaalde hervormingsprojecten zijn. Een politieke partij die vasthoudt aan de Koran en de sharia, zal volgens mij nooit in staat zijn tot grote hervormingen. Van zodra zij te veel toenadering doet naar de moderniteit en de mensenrechten, zal ze op protest stuiten. Ze zal door haar achterban aangepakt worden, wanneer ze bijvoorbeeld godsdienstvrijheid of gelijkheid van man en vrouw propageert, omdat die zaken in strijd zijn met de Koran.

Zemni: Daar heb ik het echt moeilijk mee. Ik vind dat je met die fatalistische visie ook in de kaart speelt van de radicalen. Het lijkt alsof je hen gelijk geeft. Je moet de hoop blijven koesteren dat er succesvolle hervormers zullen opstaan. Ik kom geregeld mensen tegen die aan de basis aan het werken zijn. Zij proberen de gelovigen bij te brengen dat het ook anders kan, weg van de fundamentalistische interpretaties die we vandaag vaak zien.

Boudry: Natuurlijk gaat al mijn sympathie uit naar die mensen. Maar intellectueel kan ik hen niet volgen. Omdat ze binnen de islam blijven, een godsdienst die zeer weerbarstig is ten aanzien van de moderniteit.

Ik heb al veel boeken van hervormers gelezen en je voelt hoe lastig hun evenwichtsoefening is. Rachid Benzine suggereert bijvoorbeeld dat we de Koran moeten zien als een menselijke overlevering, waar fouten in geslopen zijn. Dat je hem in zijn historische context moet bekijken. Maar gelooft hij dan nog in de openbaring? 

Voor radicale, en zelfs veel gematigde moslims, is die stap heel moeilijk te aanvaarden. Zij zien de Koran als iets eeuwigs, als het woord van God dat als een mirakel is ingebroken in de wereld. Zo’n boek neem je niet met een korreltje zout.

Zemni: En toch is de werkelijkheid door de eeuwen heen altijd zo anders geweest.


@JefPoppelmonde

vrijdag 27 februari 2015

Zin en onzin van gratis geld voor iedereen


De discussie over het universeel basisinkomen is de laatste maanden terug van nooit weggeweest. Het is een intrigerend debat, dat doordringt tot de essentie van ons sociaal model. Het gaat over luiheid en ambitie, maar ook over realiteit en utopie. ‘Aantrekkelijk idee, maar het kan nooit van de grond komen’.

Op 7 mei 2015 is het zeventig jaar geleden dat de overgave van Duitsland een einde maakte aan de Tweede Wereldoorlog en de ontwikkeling van de Belgische sociale wetgeving in een stroomversnelling raakte. Gedurende acht nationale arbeidsconferenties tekenden vakbonden en regeringsleiders samen de contouren van een welvaartsstaat. Voortaan zou de overheid systematisch zorg dragen voor het sociaaleconomisch welzijn van al haar burgers. 

Na enkele decennia is het socialezekerheidssysteem uitgegroeid tot een wirwar van toeslagen, uitkeringen en aftrekposten. De roep zwelt aan om verstrengingen door te voeren. Zo hield NVA-kamerlid Zuhal Demir recent een pleidooi om werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd. ‘Als mensen de rekeningen niet meer kunnen betalen, zullen ze beter hun best doen’, zo redeneerde ze. De welvaartsstaat is uitgegroeid tot een onbevattelijk kluwen, dat volgens sommigen ook nog eens luilakken creëert.

Links en rechts van het politieke spectrum weerklinkt daarom de roep om hervormingen. Tot de verbeelding spreekt vooral het pleidooi voor de invoering van een universeel basisinkomen. Het idee is eenvoudig: we geven elk mens een maandelijkse toelage, genoeg om van te leven, zonder dat hij er ook maar iets voor hoeft te doen. Weg met de bureaucratische moloch, de vele voorwaarden en de ontelbare uitzonderingen. Iedereen een basis en dan ieder voor zich. 

Sinds enkele maanden werpt de Nederlandse historicus Rutger Bregman zich op als de leidende stem in het debat. In zijn boek Gratis Geld voor Iedereen bepleit hij waarom in zijn ogen het basisinkomen ‘een idee is, wiens tijd gekomen is’.

De Nederlander gaat er prat op geen utopische prietpraat te verkondigen. Talloze experimenten wereldwijd ondersteunen zijn pleidooi. Een voorbeeld: een lokale hulporganisatie in hartje Londen probeerde al jaren met opvang en voedselbonnen de levens van talloze daklozen te lijmen, daarbij telkens botsend op de schijnbare zinloosheid van elk goedbedoeld initiatief. Tot ze besloot het roer volledig om te gooien. De hulpinstelling gaf dertien daklozen zomaar even drieduizend pond. De enige vraag die zij moesten beantwoorden, luidde: ‘Wat denk je zelf dat goed voor je is?’.

‘Toen het begon had ik geen grote verwachtingen’, herinnerde een hulpverlener zich. En hij was wellicht niet alleen: het idee dat arme mensen gewoon lui zijn, is wijdverspreid. Het maakte de verrassing eens zo groot toen de zwervers geen hamburgers en bier kochten, maar zich inschreven voor cursussen, leerden koken, familie bezochten en, vooral, spaarzaam waren. Na een jaar was er gemiddeld slechts 800 pond uitgegeven. Simon, die al twintig jaar aan de heroïne zat, vatte een cursus tuinieren aan. ‘Ik ben begonnen voor mezelf te zorgen, me te wassen en te scheren’, vertelde hij later. Zelfs het Britse zakenblad The Economist kon niet anders dan concluderen dat ‘het ze gewoon geven’ de efficiëntste manier is om geld te besteden aan daklozen. 

Dat geld strooien werkt, zien we ook elders. In het boek Just Give Money to the Poor (2010) geven onderzoekers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) daarvan talloze voorbeelden. Van Brazilië tot India en van Mexico tot Zuid-Afrika: gratis-geldprogramma’s leidden keer op keer tot dalende armoede en een betere volksgezondheid. En vooral interessant: mensen gingen er niet minder door werken. ‘Armoede gaat dan ook om een gebrek aan cash. Het is geen kwestie van domheid of luiheid’, schrijft Joseph Hanlon, één van de auteurs van het OESO-rapport. ‘Je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras trekken, als je kaal bent’.

Is een universeel basisinkomen dan echt het model van de toekomst? Paul De Grauwe, econoom aan de London School of Economics, voert het idee af wegens veel te duur. Zelfs in België zou het volgens hem nooit betaalbaar zijn, laat staan wereldwijd. ‘Veronderstel dat we alle volwassen Belgen 1.000 euro per maand geven’, zo berekende hij, ‘dan zouden de overheidsuitgaven met 100 miljard euro stijgen’. 

De invoering van een basisinkomen maakt wel heel wat besparingen mogelijk op posten van de huidige sociale zekerheid, zoals werkloosheidsuitkeringen en kosten voor gezondheidszorg. ‘Maar zelfs na aftrek daarvan rest een tekort van maar liefst 35 miljard euro’, berekende De Grauwe. Zijn conclusie luidt dan ook dat ‘het basisinkomen weliswaar een grote intellectuele aantrekkingskracht uitoefent, maar dat het in de praktijk nooit van de grond kan komen’. 

Een universeel basisinkomen
is nog niet voor morgen.
Maar het vuur is aan de lont.
Ook Rutger Bregman zelf erkent dat ‘het lukraak invoeren van een peperduur basisinkomen rampzalig zou uitpakken’. Maar hoewel zijn voorstel utopische trekken vertoont, steekt hij zijn hand ervoor in het vuur. ‘Mijlpalen van beschaving worden aanvankelijk altijd als een utopie beschouwd, denk maar aan de democratie of de afschaffing van de slavernij’. 

Als in de geschiedenis elk voorlopig onhaalbaar idee was afgevoerd, zaten we vast in de middeleeuwen. Vooruitgang vraagt tijd. Het begint in het klein, met ideeën en experimenten die de wereld langzaam doen kantelen. Een universeel basisinkomen is nog niet voor morgen. Maar het vuur is aan de lont.

@JefPoppelmonde